Het beeld van de internationale economie begint te kantelen. Terwijl de rijkere landen langzaam uit hun dal kruipen, neemt de groei in veel opkomende landen af. 

De groei van de hele internationale economie blijft daardoor per saldo matig. Dat voorspelde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dinsdag.

De grootste ontwikkelde economieën zijn vorig kwartaal sterker gegroeid dan verwacht, aldus de OESO. In de Verenigde Staten zette het herstel door, terwijl er eindelijk een einde kwam aan de diepe recessie in de eurozone.

Een welkome ontwikkeling, maar niet genoeg voor duurzaam herstel, vindt de denktank. Daarvoor zijn de risico's in de financiële sector en de noodzaak van stimulering door centrale banken nog te groot. Daarbij blijft de werkloosheid voorlopig hoog.

Beweeg de cursor over het diagram om de percentages te zien. De gegevens zijn afkomstig van OESO. Bekijk hier een grote versie. - (c)NU.nl/Jerry Vermanen

Herstel

De OESO verwacht dat het herstel van Europa, Japan en de VS in de tweede helft van dit jaar doorzet. Tegelijkertijd neemt de groei in diverse opkomende landen, de afgelopen jaren steevast de motor van de wereldeconomie, echter af.

In China is het dieptepunt mogelijk alweer bereikt, maar voor andere landen in de regio lijken de spanningen op de financiële markten te wijzen op een duidelijke terugval van de groei.

Die tegenvallende ontwikkelingen in opkomende economieën zetten een rem op de groei van de wereldhandel en zorgen ervoor dat het herstel van de wereldeconomie matig blijft, voorspelt de OESO. De denktank verwacht dat de Amerikaanse economie dit jaar met 1,7 procent groeit en dat Duitsland, Frankrijk en Italië samen een vooruitgang met 0,4 procent weten te realiseren.

Inflatie

De inflatie in de OESO-landen steeg in het jaar tot juli met 1,9 procent, vergeleken 1,8 procent in een jaar tot juni. De lichte toename wordt veroorzaakt door hogere energie- en voedselprijzen.

Energiekosten stegen in juli met 4,5 procent, vergeleken 3,4 procent een maand eerder. Voedsleprijzen lieten een stijging van 2,2 procent zien, opnieuw hoger dan in juni: 2 procent. Zonder deze posten zou de inflatie stabiel zijn met 1,5 procent. 

In de Eurozone kwam de jaarlijkse inflatie tot juli uit op 1,6 procent. Vooral de voedselprijzen liggen hier aan ten grondslag met een toename van 3,3 procent.