Treinexploitant Arriva mag niet met de zogenoemde Lage Landen Lijn tussen Den Haag en Brussel rijden.

De verantwoordelijke Belgische vervoersautoriteit verleende Arriva Personenvervoer Nederland niet het benodigde veiligheidscertificaat.

Dat is maandag van een woordvoerder van de Belgische spoorwegbeheerder vernomen. Door het weigeren van het certificaat, is een vergunning voor Arriva vooralsnog van de baan.

De Lage Landen Lijn is een project van Arriva, de gemeente Den Haag en de Brusselse luchthaven Zaventem. Ook enkele gemeenten langs het traject steunen het project. Deze gemeenten vrezen door de hogesnelheidslijn minder goed bereikbaar te zijn geworden.

Belgische voorwaarden

Arriva had de aanvraag voor het certificaat ingediend bij de Belgische Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit der Spoorwegen (DVIS), de nationale veiligheidsinstantie.

Ondernemingen die op het Belgische spoorwegnet willen rijden, moeten aan algemene Europese en specifieke Belgische eisen voldoen. Arriva voldeed niet aan de Belgische voorwaarden.

Niet afgeblazen

Ondanks de afwijzing zetten Arriva en de gemeente Den Haag hun gezamenlijke plannen voor de Lage Landen Lijn door. ''De plannen voor de Lage Landen Lijn worden niet afgeblazen'', aldus de gemeente en Arriva in een gezamenlijke reactie.

In 2015 wordt een nieuwe poging gedaan voor een intercitydienst tussen Den Haag CS en Brussel Centraal. Het is volgens Den Haag en Arriva sowieso de bedoeling pas in 2015 op het traject te gaan rijden. 

Met ingang van dat jaar zou dan 16 keer per dag een trein tussen Den Haag en Brussel rijden, als aanvulling op de hogesnelheidslijn.