Als een Europese bank omvalt dan brengt dit de financiële stabiliteit van heel de Europese Unie flink in gevaar. 

Overheden moesten met belastinggeld banken overeind houden die dreigden om te vallen. Vervolgens kwamen deze landen weer in de problemen vanwege oplopende staatsschulden.

Aan deze verstrengeling tussen de financiële sector en overheden moet een einde komen, is de algemeen heersende gedachte in Europa. De bankenunie is daarvoor het beste instrumentarium.

Wat is precies een bankenunie? NU.nl legt het u uit.

Toezicht

Er zijn drie pijlers: er komt Europees toezicht op banken, een afwikkelingsmechanisme moet het omvallen van banken begeleiden en als derde punt wordt spaargeld tot 100.000 euro veiliggesteld door het Europees depositogarantiestelsel.

Het Europees bankentoezicht is sinds 4 november 2014 een feit. De grote banken staan nu onder toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB) in samenwerking met de nationale toezichthouders.

In Nederland is dat De Nederlandsche Bank (DNB), zij houden momenteel toezicht op alle Nederlandse banken. DNB blijft wel het directe toezicht houden op de minder grote banken.

Voorafgaand aan het toezicht heeft de ECB de 128 grootste banken in de eurozone uitvoerig getest. Ook is er een stresstest gehouden om er zeker van te zijn hoe banken er nu voorstaan en hoe zij presteren onder slechte economische omstandigheden.

Afwikkeling

De tweede pijler bestaat uit afwikkelingsmechanisme. Zodra banken in de problemen komen treedt dit mechanisme in werking. De banken staan in deze constructie voor elkaar garant en niet meer de overheden.

Vanaf 2016 wordt er een resolutiefonds opgericht waaruit de kosten worden betaald van banken die afgewikkeld moeten worden. Dit gebeurt eerst via een zogenoemde bail-in, een situatie waarbij aandeelhouders en rekeninghouders opdraaien voor een faillissement.

Het resolutiefonds wordt in negen jaar tijd gevuld met ongeveer 55 miljard euro door de banken die aangesloten zijn bij de bankenunie. Volgens critici is dit veel te weinig geld zodra een grote bank echt in de problemen komt.

Voordat dit geld bij elkaar is gebracht door de Europese banken, staan de nationale overheden garant. Als de overheden banken in die periode met publiek geld overeind moeten houden, zal dit bedrag binnen vijf jaar via een heffing bij de banken worden teruggehaald.  

Depositogarantiestelsel

Het garantiestelsel voor spaarders (depositogarantiestelsel) vormt de derde en laatste pijler. Hierin worden tegoeden tot 100.000 euro beschermd in geval van een faillissement van een bank.

Nederland kent al zo'n stelsel, de Europese variant werkt hetzelfde. Het systeem moet worden gefinancierd door de banken en niet door de belastingbetaler.