De Nederlandse pensioenfondsen zijn er vorige maand opnieuw iets minder goed voor komen te staan. 

De gemiddelde dekkingsgraad daalde in juni met 3 procentpunt naar 101 procent. Dat blijkt uit de maandag gepubliceerde Pensioenthermometer van Aon Hewitt.

Volgens het adviesbureau moeten pensioenfondsen in de tweede helft van dit jaar een rendement van ruim 3 procent op hun beleggingen behalen, willen zij aanvullende kortingen op de pensioenen voorkomen.

De gemiddelde dekkingsgraad, die aangeeft in hoeverre de pensioenfondsen aan hun verplichtingen kunnen voldoen, bevindt zich al sinds augustus 2011 onder het wettelijk vereiste minimum van 105 procent, met uitzondering van maart en april 2013. Door gunstige aandelenontwikkelingen bereikte de dekkingsgraad toen een niveau van 107 procent.

Rekenrente

In mei en juni lag de rekenrente waarmee pensioenfondsen hun verplichtingen moeten waarderen, echter lager dan verwacht. Daardoor liep de waarde van deze verplichtingen verder op.

Om de dekkingsgraad structureel te verbeteren, zijn de laatste tijd diverse maatregelen doorgevoerd. Zo moeten pensioenfondsen vanaf januari 2012 rekenen met een 3-maandsgemiddelde marktrente, in plaats van de actuele marktrente.

Eind september werd vervolgens een andere rekenmethode ingevoerd, en in april dit jaar voerden 66 pensioenfondsen een korting door op de uitkeringen.

Meer voor minder

Eerder vandaag meldde het Financieele Dagblad dat werkgevers en werknemers gemiddeld 16 procent meer aan pensioenpremies kwijt zijn dan in 2008.

Tegelijkertijd heeft een derde van de pensioenfondsbesturen het opbouwpercentage verlaagd. De mensen die bij deze fondsen zijn aangesloten, betalen inmiddels meer voor minder pensioen.

Vijf vragen dekkingsgraad pensioenfondsen

Lees meer over pensioenen op NUgeld.nl