Drie grote producenten hebben Europese landen zondag opgeroepen om een eigen programma voor onbemande spionagevliegtuigjes te ondersteunen. 

Europa zou dan niet langer afhankelijk hoeven zijn van Amerikaanse en Israëlische technologie voor deze ‘drones’.

EADS, het moederconcern van onder meer Airbus, deed de oproep samen met Dassault Aviation en het Italiaanse Finmeccanica Alenia Aermacchi.

Dit potentiële samenwerkingsverband ziet het meest in de ontwikkeling van een zogenoemde ‘male’-drone (medium altitude long endurance), waarmee in Europa kostbare technologie, kennis en banen behouden kunnen blijven.

EADS meldde al eerder 100 miljoen euro te hebben gestoken in de vliegtuigjes, maar was niet in staat het programma tot wasdom te brengen zonder overheidssteun. Ook Dassault probeerde al eerder met het Britse BAE Systems aan de ontwikkeling van een drone-programma te werken, maar ook dat mislukte door gebrek aan ondersteuning.