Pensioenfonden hoeven hun premies niet te verlagen wanneer het kabinet de pensioenopbouw inperkt.

Dat zegt voorzitter Gerard Riemen van koepelorganisatie Pensioenfederatie donderdag tegen het Financieele Dagblad (FD). Hij denkt dat fondsen dit geld beter kunnen gebruiken om hun eigen buffers te vergroten in plaats van het terug te geven aan de werkenden.

Binnenkort valt 6 tot 9 miljard euro vrij, omdat het kabinet de aftrekbaarheid van pensioensparen beperkt. De pensioenopbouw gaat terug van 2,25 procent naar 1,75 procent van het brutoloon. Mensen met een inkomen boven de ton, kunnen dat bedrag helemaal niet meer aftrekken.

Een Kamermeerderheid van onder meer VVD, PvdA en D66 vindt dat het geld dan terug naar de werknemers moet. “Dit geld is onderdeel van het loon. Als er geen pensioen mee wordt opgebouwd, moet het terug naar de portemonnee van mensen”, liet D66-Kamerlid Steven van Weyenberg weten.

Korten

Maar Riemen vindt het onverstandig als de pensioenpremies omlaag gaan, omdat veel fondsen komend jaar misschien nog moeten korten op pensioenuitkeringen.

Hij kan zich goed voorstellen dat getroffen pensioenfondsen met het geld het eigen fonds willen versterken. Riemen vindt niet dat jongeren in dat geval te veel voor de ouderen betalen, omdat werkenden ook profiteren van de sterkere buffers.

Het verwijt zou volgens hem alleen opgaan als fondsen te vroeg hun pensioenuitkering voor gepensioneerden weer verhogen. In dat geval tast het de betaalbaarheid van de pensioenen in de toekomst aan.