De Nederlandse staatsschuld moet omlaag om te voorkomen dat de Nederlandse economie in de problemen komt.

Dat stelt het Centraal Planbureau (CPB) woensdag in een beleidsnotitie. Hoewel de recente stijging van de schuld economisch logisch was om de gevolgen van de crisis te dempen, is op termijn een verlaging gewenst, aldus het CPB. 

Sinds het uitbreken van de crisis in 2007 is de overheidsschuld gestegen van 45 procent naar 71 procent van het bruto binnenlands product (bbp),

Boven een bepaald niveau kan de schuld de rente opdrijven en economische groei remmen. Voor eurolanden wordt geschat dat dat gebeurt als de schuld uitkomt boven een niveau van 80 tot 100 procent van het bbp. 

Griekenland

Een te hoge staatsschuld kan leiden tot een plotselinge schuldencrisis waarbij de financiering van overheidstekorten ineens onmogelijk is, zoals recent het geval was in Griekenland. Ook niet als de overheid fors hogere rentes wil betalen. Beleggers vrezen in dat geval dat zij hun uitgeleende geld niet meer terugzien.

Volgens het CPB kan Nederland vanaf 2017 een aanvaardbaar niveau van de staatsschuld bereiken, als het kabinet alle voorgenomen maatregelen uit het regeerakkoord uitvoert. De overheidsschuld nam in 2012 toe met 34 miljard euro tot 428 miljard euro.

De Nederlandse overheid is op het moment ongeveer twee procent van het bbp, zo'n 12 miljard euro, kwijt aan reentebetalingen op de overheidsschuld. Voor dat geld zouden ook ieder jaar 50.000 huizen gebouwd kunnen worden.

Dit is echter niet alleen maar weggegooid geld, zo tekent het CPB aan. Tegenover de rentebetalingen vanwege de hogere schuld staan voor de belastingbetalers voordelen die met deze hogere schuld zijn gefinancierd.