Het kabinet gaat het AOW-gat voor mensen met een lager inkomen die door de verhoging van de AOW-leeftijd tijdelijk zonder inkomen komen te zitten, aanvullen.

Zij krijgen een overbruggingsuitkering, schrijft staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Jetta Klijnsma (PvdA) aan de Tweede Kamer.

De regeling is bedoeld voor mensen met een VUT- of prepensioenuitkering met een inkomen tot tweehonderd procent van het minimumloon. Voor iemand met een partner geldt een percentage van driehonderd procent.

Wie in aanmerking wil komen voor de regeling mag bovendien niet meer dan 21 duizend euro spaargeld hebben. Voor samenwonenden is dat bedrag 42 duizend euro. De regeling gaat met terugwerkende kracht in vanaf 1 januari en loopt tot 2019.

Oplopen

De AOW-leeftijd loopt de komende jaren op naar 67 in 2021. In januari is de AOW-leeftijd met een maand verhoogd. Hierdoor krijgen mensen die in die maand 65 zijn geworden pas in februari voor het eerst een uitkering. Elke maand is er opnieuw een groep die een maand later dan voorheen AOW ontvangt.

Omdat die gepensioneerden ervan uitgingen dat ze vanaf hun 65e een AOW-uitkering zouden krijgen, komen ze met een gat te zitten.