De voormalige accountant van woningcorporatie Vestia meent dat hij niets verkeerd heeft gedaan. Donderdag diende de tuchtzaak tegen hem bij de accountantskamer in Zwolle.

De Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie van Pieter Lakeman en de corporatie verweten de topman van Deloitte nooit gewaarschuwd te hebben voor de risicovolle derivatenportefeuille van de corporatie.

In 2012 moesten financiële producten met een negatieve waarde van 1 miljard euro afgekocht worden om Vestia te redden. De beklaagde accountant controleerde de jaarrekeningen tot en met 2009, daarna nam KPMG het over. ''Ik sta terecht voor iets dat na mijn tijd pas speelde.''

Volgens zijn advocaat klaagt Vestia over haar eigen beleid. Het was Vestia die deze risicovolle portefeuille afsloot. Het was slechts aan de accountant te kijken of alles in de boeken klopte. Met derivaten kon de corporatie van variabele juist vaste rentes maken. Dat was risicobeheersing conform de interne regels van het bedrijf, aldus de beklaagde.

Verschuiven

Volgens Vestia werden problemen consequent naar de toekomst verschoven. Zo werden in 2009 vier derivaten beëindigd. De negatieve afkoopsom van 25 miljoen euro werd weer ondergebracht in een nieuwe, ongunstiger derivaat ter hoogte van 200 miljoen.

Hierover vermeldden de accountants niets in de administratie, aldus de corporatie. Dergelijke constructies werden meer en meer toegepast. ''De tikkende tijdbom was al ingebakken in de portefeuille van Vestia'', aldus klagers.

De accountantskamer doet later dit jaar uitspraak in deze zaak en in de zaak tegen de opvolger van de Deloitte-accountant.