De Europese bankenunie moet zo snel mogelijk worden uitgebouwd. Ook kunnen er heel veel stappen worden gezet voordat de bankenunie op bedenkingen van Duitsland stuit.

Dat stelde minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën maandag in Brussel voor een vergadering met zijn collega's uit de eurozone. Dijsselbloem is voorzitter van deze zogenoemde eurogroep.

Dijsselbloem reageerde op de zorgen van zijn Duitse collega, Wolfgang Schäuble, over een geplande centrale autoriteit die toezicht houdt op de ontmanteling van failliete banken. Volgens Schäuble zijn hiervoor moeizame aanpassingen van de Europese verdragen nodig.

Tijdelijk netwerk

''Ook daarvoor zijn oplossingen te vinden, denk ik'', stelde Dijsselbloem. Schäuble zelf suggereert het toezicht te beginnen met een tijdelijk netwerk van nationale autoriteiten, om daarna te werken aan een centrale autoriteit.

Volgens Dijsselbloem kan er ondertussen gewoon doorgewerkt worden aan het optuigen van andere onderdelen van de bankenunie. ''Die zijn even belangrijk en onmisbaar'', aldus de voorzitter. 

Afwikkeling

Zo moet er nog een besluit genomen worden over de afwikkeling van slecht presterende banken en over de mogelijkheid dat banken direct een beroep kunnen doen op het Europese noodfonds.

''Daar werken we aan en ondertussen beantwoorden we de vraag van de Duitsers of dat uiteindelijk een verdragswijziging vergt.''

Volgens Dijsselbloem willen de Duitsers ook gewoon doorwerken aan de andere stappen van de bankenunie. De voorzitter ziet het als zijn taak om de ''bankenunie in al zijn facetten in beweging te houden''. Hij ziet ook kansen om tempo te maken.

Vicieuze cirkel

Dijsselbloem liet enkele weken geleden weten geen moeite te hebben met een beperkte wijziging van verdragen om een beter en centraler toezicht op de Europese banken mogelijk te maken. 

De bankenunie moet de vicieuze cirkel van zwakke banken en de oplopende schulden van staten doorbreken. De belastingbetaler zou niet meer mogen opdraaien voor probleembanken.