Woningcorporaties kunnen bij slechts 70 procent van hun woningen een hogere huur in rekening brengen aan scheefhuurders.

Bij ongeveer 660.000 van de 2,2 miljoen corporatiewoningen heeft de Belastingdienst het inkomen van de huurder niet kunnen vaststellen, zo blijkt vrijdag uit een inventarisatie van de Volkskrant.

Deze huurders krijgen een huurverhoging van maximaal 4 procent. De inkomensafhankelijke huurverhoging gaat op 1 juli in.

Corporaties kunnen huurders geen extra huurverhoging geven zonder inkomensverklaring van de Belastingdienst. Als het inkomen wel bekend is, mogen de huren afhankelijk van de hoogte daarvan met 4,5 procent of 6,5 procent verhoogd worden.

Onder de 46 ondervraagde grote woningcorporaties zijn er 27 die de inkomensafhankelijke huurverhoging gedeeltelijk invoeren. Zij doen dit alleen voor huurders van wie het inkomen bekend is. De rest krijgt de minimumverhoging van 4 procent, ongeacht hun inkomen.

Op tijd

Slechts vier corporaties hebben alle gegevens op tijd binnen. De overige 15 zien helemaal af van de inkomensafhankelijke huurverhoging.

De Belastingdienst bevestigt tegenover de krant dat er bij honderdduizenden huurwoningen iets is misgegaan met het aanleveren van de gegevens. Het is onduidelijk hoeveel huurinkomsten corporaties hierdoor mislopen.

Woningcorporaties kunnen handmatig gegevens opvragen per woning. ''Dat is een oplossing en sommigen maken daar gebruik van", laat de Belastingdienst weten.

Huursombenadering

De vereniging voor woningcorporaties Aedes is niet verrast door de problemen. ''Corporaties zijn geen belastingkantoor. Daarom moet zo snel mogelijk de huursombenadering worden ingevoerd'', zei Aedes-voorzitter Marc Calon.

Bij een huursombenadering is de huurprijs van de ene woning hoger dan die van de ander, zonder dat het afhangt van het inkomen van de huurder. Zo zouden corporaties zelf op de markt kunnen inspelen.