Bouwplaatsen zijn de gevaarlijkste plekken in Nederland om te werken. Tussen 1996 en 2011 zijn in totaal bijna 1200 mensen op hun werk om het leven gekomen, van wie 380 in de bouw.

Dat is bijna een derde van het totaal, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Bouwvakkers worden meer dan veel anderen blootgesteld aan risico's, legt vakbond FNV Bouw uit. ''Ze werken met grote machines en zware voorwerpen, vaak op hoogte. Ze lopen meer risico's dan mensen die achter een bureau zitten, dat spreekt voor zich'', aldus vicevoorzitter Charley Ramdas.

Werkgevers en vakbonden werken er al jaren aan om de bouw veiliger te maken, maar volgens Ramdas zijn de taken op de bouwplaats erg complex verdeeld. Een opdrachtgever huurt een aannemer in, die het werk uitbesteedt aan onderaannemers, die het weer doorschuiven en doorschuiven.

Uiteindelijk komt de opdracht terecht bij onder anderen zzp'ers. Onderweg wordt het steeds onduidelijker wie verantwoordelijk is, en daardoor valt de aanpak van de veiligheid soms tussen wal en schip.

Andere landen

Daar komt nog bij dat er steeds meer mensen uit andere landen op Nederlandse bouwplaatsen werken. Zij spreken niet of nauwelijks Nederlands en Engels en kunnen daarom heel moeilijk communiceren met anderen. Dan bestaat het gevaar dat ze informatie over de risico's niet meekrijgen.

Ramdas: ''Bovendien komen bouwvakkers soms uit landen waar men minder nauwkeurig omgaat met de veiligheidsvoorschriften''.

Behalve de bouw blijken ook de landbouw en visserij gevaarlijk. Die eisten bij elkaar 238 levens, 20 procent van het totaal. In de industrie kwamen 222 mensen om het leven (18,7 procent) tussen 1996 en 2011.