Europese banken die zo groot zijn dat hun ondergang de financiële sector in gevaar brengt, profiteren van de impliciete bescherming die overheden hen bieden.

Dankzij die beschermde status vielen hun financieringskosten de afgelopen 4 jaar ongeveer 55 miljard euro per jaar lager uit, zo berekent het Centraal Planbureau (CPB) in een rapport dat dinsdag werd gepubliceerd.

Nederlandse banken in de steekproef genoten in de periode van 2008 tot en met 2012 gemiddeld een financieringsvoordeel van 2,5 miljard euro per jaar. Dat komt overeen met 0,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp), de waarde van alle goederen en diensten die in Nederland worden geproduceerd.

Het voordeel ontstaat doordat investeerders een lagere rente vragen aan de zogeheten systeembanken, omdat ze ervan uitgaan dat die banken indirect worden beschermd door de overheid.

Een deel van het voordeel wordt volgens het CPB doorgegeven aan klanten van de banken. Het voordeel komt daardoor niet volledig tot uiting in hogere winsten van de grote banken.