Opnieuw is een land gered door de Europese Unie. Om een faillissement van Cyprus te voorkomen is een noodpakket van 10 miljard toegezegd. Maar wat houdt het pakket precies in en wie betaalt er eigenlijk voor? Lees meer in vijf vragen.

Waarom moest Cyprus worden gered?

Twee grote banken (de Laiki Bank en Bank of Cyprus) op het eiland waren praktisch bankroet. Het eiland, dat met ruim 750.000 inwoners nog kleiner is dan Amsterdam, heeft een relatief vrij grote financiële sector.

De totale balans van de banken op het eiland was zeven tot acht keer groter geworden dan de Cypriotische economie. De financiële sector werd daardoor te belangrijk voor het economisch welzijn van het land. ''Veel te groot voor het land en bovendien verdacht van witwaspraktijken en belastingontduiking", zo beaamde eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem.

Het land dreigde door de val van de twee banken failliet te gaan. En aangezien het eiland in 2008 toetrad tot de euro, werd ook de stabiliteit van die munt bedreigd.

Zo zou Griekenland mogelijk extra noodhulp nodig hebben als Cyprus ten onder zou gaan en ook op de aandelen- en obligatiemarkten zouden in eerste instantie harde klappen kunnen vallen.

Cyprus trok wegens lage belastingtarieven in het verleden veel rijke Russen maar ook Britten aan, die flinke spaartegoeden bij de Cypriotische banken neerzetten. Cyprus is omdat het een oud-kolonie is van Groot-Britannie populair onder Britten. Er wonen zo'n 18.000 gepensioneerden uit het Verenigd Koninkrijk op het eiland. 

Russische banken en bedrijven zouden naar schatting meer dan 14 miljard euro op het eiland hebben gestald. Volgens velen staat er vooral veel zwart geld van Russen op rekeningen in Cyprus.

Begin maart bleek dat het land niet langer zo door kon gaan, waarop half maart de politieke leiders van Europa een akkoord bereikten over een noodpakket. In afwachting van goedkeuring van het noodplan werden de banken en andere financiële instellingen in Cyprus op 16 maart gesloten. Dit om een bankrun te voorkomen. Ook de beurzen gingen vanaf 20 maart dicht.

Pas op donderdag 28 maart gingen de banken op het eiland weer open. Klanten hebben nog wel te maken met flinke beperkingen aan de bedragen die ze kunnen opnemen. De beurzen volgden begin april.

Hoe zou Cyprus in eerste instantie worden gered?

In eerste instantie kwamen de Europese ministers van Financiën overeen dat alle spaarders in Cyprus via een belasting zouden moeten meebetalen aan de redding van het land.

Voor spaarders met tegoeden tot 100.000 euro zou dit een eenmalige heffing van 6,75 procent zijn, grotere spaarbedragen werden in het plan met 9,9 procent belast.

Met de spaarheffing moest het land 5,8 miljard euro ophalen om zo de 10 miljard noodsteun te krijgen. Het plan leverde in het land echter grote verontwaardiging op en werd door het Cypriotische parlement weggestemd.

Ook buiten Cyprus werd kritisch gereageerd op het voorstel, omdat de Europese Unie eigenlijk had afgesproken spaargelden in Europa tot 100.000 euro te ontzien. Het besluit om kleine spaarders in Cyprus toch mee te laten betalen zou spaarders in andere landen als Spanje, Italië en Griekenland weleens af kunnen schrikken om nog geld op de bank weg te zetten en het er juist massaal af te halen. 

Kredietbeoordelaar Moody's stelde zelfs dat Europese politici met het voorstel lieten zien dat de bescherming van spaarders en andere schuldeisers van banken in Europa steeds minder voorstelt. Anderen stelden dat de aantasting van het broze vertrouwen in de Zuid-Europese banken voor nieuwe economische en financiële schade kon zorgen.

Hoe ziet de redding er nu uit?

Cyprus, de eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds  (IMF) zijn het na de kritiek eens geworden over een alternatief plan, waarbij alleen Laiki en Bank of Cyprus worden aangepakt.

De eerste wordt opgesplitst in een goede en zogenaamde 'bad bank'. Bank of Cyprus neemt daarbij het goede deel over, met daarin de spaartegoeden tot 100.000 euro die op deze manier gegarandeerd blijven. De 'bad bank' bevat alle spaartegoeden boven de 100.000 euro. Spaarders van deze probleembank, die geleidelijk zal verdwijnen, verliezen al hun geld.

Maar ook spaarders bij Bank of Cyprus met tegoeden boven de 100.000 euro moeten via een nog onbekende heffing op de spaartegoeden meebetalen aan de redding. Volgens de Cypriotische minister van Financiën, Michael Sarris moeten deze spaarders mogelijk zo'n 40 procent van hun tegoeden inleveren om aan de voorwaarden van het noodplan te voldoen.

Alle spaartegoeden bij alle banken tot 100.000 euro zijn in het noodplan, wat in de komende maanden nog verder uitgewerkt zal worden, gegarandeerd. Door de herstructurering moet het Cypriotische bankwezen tegen 2018 worden teruggebracht tot het Europese gemiddelde.

Wie betaalt die redding van Cyprus eigenlijk?

De 10 miljard zal voornamelijk komen uit het permanente noodfonds ESM. Dit noodfonds, waar de EU-lidstaten samen borg voor staan, leent geld uit aan eurolanden met financiële problemen. Noodlijdende banken kunnen ook aanspraak maken op het fonds.

Het IMF heeft ook beloofd bij te zullen dragen aan de redding van Cyprus. Over de hoogte van deze bijdrage wordt eind april pas meer duidelijk.

Cyprus is ook nog met Rusland in overleg over een financiële bijdrage. Hier heeft Europa in haar berekeningen nog geen rekening mee gehouden. 

In de eerste versie van het noodplan moest het land via de spaarheffing  zelf 5,8 miljard bijdragen aan de redding. Dat plan werd weggestemd, maar in het nieuwe plan wordt het leningenprogramma van de EU niet meer ingezet voor de herstructering van de twee probleembanken van het eiland. Dat wordt nu gedragen door de grootspaarders van deze banken, zoals eerder uitgelegd.

Voor de rest zal net als bij eerdere leningen aan noodlijdende landen in Cyprus opnieuw samengewerkt worden via de 'trojka' van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank (ECB) en het IMF. 

De komende tijd zal de trojka samen met Cyprus bekijken welke aanvullende maatregelen nodig zijn om het land weer op de rit te krijgen. Volgens Dijsselbloem moet vooral gekeken worden naar de verhoging van de dividendbelasting en de winstbelasting voor bedrijven.  Onder meer door de lage belastingen groeide de financiële sector op het land zo uit zijn voegen.

Het geld zal in verschillende tranches worden overgemaakt aan het eiland. De trojka heeft de regie over dit proces en zal op het eiland een taskforce oprichten dat op de hervormingen op het eiland toe zal zien. De eerste zogenaamde tranche volgt waarschijnlijk begin mei.

Net als bij eerdere noodleningen zal ieder kwartaal opnieuw worden gekeken of het land wel aan de voorwaarden van de trojka voldoet. Zo niet, dan kunnen nieuwe tranches door de trojka in samenspraak met de eurogroep onder leiding van Jeroen Dijsselbloem, worden geblokkeerd.

Hoe zit het nou met Rusland?

Door de grote hoeveelheden aan Russisch geld op Cyprus werd in eerste instantie ook met Rusland gesproken over een reddingsplan. In 2011 sprong Rusland het land al eens bij met een lening van 2,5 miljard dollar (1,925 miljard euro).

Rusland heeft veel belang bij een financieel gezond Cyprus omdat Russische banken en bedrijven er naar schatting meer dan 14 miljard euro hebben gestald. Het land heeft ontevreden op de Europese oplossing gereageerd, omdat met de oplossing veel Russisch geld verloren gaat.

''Het stelen van wat reeds gestolen is, gaat door'', zo stelde de Russische premier Dmitri Medvedev tegenover Russische media. Voormalig Kremlin-adviseur Aleksander Nekrassov voorspelde zondag dat Moskou naar manieren zal gaan zoeken om ''de EU te straffen''. Rusland zou het verlies van de Russische gelden mogelijk willen wreken op Europese bedrijven.

Ondertussen wordt er dus nog steeds gesproken met Rusland over een financiële bijdrage voor het land. De Cypriotische minister van Financiën reisde vorige week al twee dagen naar Moskou om te praten over een Russisch krediet.

Het eiland probeerde na het klappen van het eerste noodplan Rusland zover te krijgen de bestaande lening te verlengen en hoopte op Russische investeringen in grondstoffen en banken.

Lees meer over de rol van Jeroen Dijsselbloem