ABN Amro heeft vorige week twee hooggeplaatste medewerkers op staande voet ontslagen op verdenking van corruptie.

Dat bevestigde een ingewijde donderdag naar aanleiding van een bericht in Het Financieele Dagblad (FD).

De twee zouden steekpenningen hebben gevraagd aan de Arabische oliehandelaar OMTI in ruil voor hervatting van financiering door ABN Amro. Die was door henzelf stopgezet omdat het bedrijf verboden zaken zou doen met Iran. Het duo bekleedde hoge functies binnen de afdeling energie en grondstoffen van ABN Amro.

Non-actief

De medewerkers waren in februari al op non-actief gesteld en daarna geschorst. Zij spreken de aantijgingen aan hun adres tegen en zijn naar de rechter gestapt om de schorsing van tafel te krijgen. De kantonrechter in Amsterdam wees hun eis om weer aan het werk te mogen echter af, zo blijkt uit een vonnis van 5 maart.

Een woordvoerder van de staatsbank wilde geen commentaar geven, maar zei wel dat ''passende maatregelen'' tegen twee medewerkers zijn genomen.

Hij zei in het algemeen dat het beleid van ABN Amro ''geen enkele ruimte laat voor corruptie of niet-integer handelen''.