DUBAI - Geruchten over aanslagen op de belangrijkste oliepijpleiding tussen Irak en Turkije hebben dinsdag de olieprijs doen stijgen. Door eerdere sabotage is Bagdad al gedurende meerdere weken vrijwel niet in staat de olie uit het Noord-Iraakse Kirkuk te verkopen, aldus een zegsman van het staatsoliebedrijf SOMO dinsdag.

De Iraakse Northern Oil Company (NOC) benadrukte later dinsdag dat er geen nieuwe aanslag op de oliepijpleiding is geweest. Een projectmanager sprak de geruchten tegen die een prijsstijging op de oliemarkt veroorzaakten.

Verloren

Volgens een andere NOC-functionaris, de hoofdverantwoordelijke voor de veiligheid, was de laatste aanslag zondag. Daarbij zou een grote hoeveelheid olie verloren zijn gegaan.

De NOC-manager meldde dat de belangrijkste exportleiding richting Turkije binnenkort weer open gaat. Het deel van de leiding dat op 24 mei was gesaboteerd, is bijna vervangen door een nieuwe pijp.

Aanslagen

De Iraakse olie-export blijft beperkt tot ongeveer 1,65 miljoen vaten (van 159 liter) Basra-olie per dag vanuit het zuidelijke Golfgebied. Door de reeks aanslagen op de pijpleiding naar Turkije kan SOMO maar weinig Kirkuk-olie naar de Turkse havenstad Ceyhan pompen. Die wordt per inschrijving verkocht in hoeveelheden van ongeveer vijf miljoen vaten.