Nederlandse ouderen zijn zeer goed af vergeleken met leeftijdsgenoten binnen de Europese Unie.

Vergeleken met de andere landen hoeven ze veel minder te vrezen voor armoede en sociale uitsluiting. Dat blijkt uit cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat over 2011 die dinsdag zijn gepubliceerd.

In Nederland moet slechts 6,9 procent van de ouderen armoede en uitsluiting vrezen. Alleen in Luxemburg is dat percentage nog lager. Kinderen zijn in ons land de meest kwetsbare groep. Van hen zit 18 procent in de hoek waar het minder gaat.

Ook elders binnen de Europese Unie lopen kinderen het grootste risico dat ze opgroeien in armoede of er in sociaal opzicht niet bij horen.

Het geldt voor 20,5 procent van alle inwoners jonger dan 18 jaar. Voor volwassenen (18-64 jaar) is dat percentage 24,3 procent en voor ouderen (65 jaar en ouder) 21 procent.

Zorgen

De cijfers staan haaks op de zorg die onder veel ouderen leeft over hun situatie door de crisis en de bezuinigingsplannen van het kabinet van PvdA en VVD. 

Uit een steekproef van TPS NIPO bleek dat 91 procent van de ouderen persoonlijk iets merkt van de crisis, en dat 69 procent van hen vreest dat hun inkomen het komend half jaar zal afnemen.

In reactie beleefde ouderenpartij 50plus de afgelopen weken een enorme opmars in de peilingen. Ruim een kwart van de mensen boven de 50 zou nu voor die partij kiezen.

PvdA-leider Diederik Samsom stelde zich daarentegen eerder al op het standpunt dat ouderen tot de rijkste groepen van ons land behoren.