WASHINGTON/DEN HAAG - Nederland zal "geen cent extra'' betalen in de ontwikkelingsfase van de JSF, het gevechtsvliegtuig dat vanaf 2010 de F-16 gaat vervangen. Dat heeft staatssecretaris Van der Knaap (Defensie) aangegeven tijdens gesprekken in de Verenigde Staten met onderminister van Defensie Michael Wynne, aldus zijn woordvoerster donderdag.

De Nederlandse bijdrage aan de ontwikkelingsfase bedraagt 800 miljoen dollar. De totale kosten van die fase zijn in de prognoses gestegen met ruim 7 miljard naar 40,5 miljard dollar. Toch blijft de Nederlandse bijdrage gelijk.

245 miljard

De totale kosten van het gehele JSF-project zijn in de berekeningen gestegen naar 245 miljard dollar. De schatting van de stuksprijs van een JSF is verhoogd van 38 naar 42,6 miljoen dollar (ongeveer 35 miljoen euro). Dit betekent dat Nederland uiteindelijk minder toestellen zal kopen, waarschijnlijk tussen de 65 en 85. De stuksprijs is onder meer gestegen door hogere pensioenlasten, verzekeringspremies en ziektekosten aan Amerikaanse kant, blijkt uit een brief van Van der Knaap aan de Tweede Kamer.

Van der Knaap zal binnenkort de Kamer nader inlichten over de problemen met het gewicht van de verschillende types JSF. Daardoor loopt de ontwikkelingsfase anderhalf jaar vertraging op. Toch wil het kabinet nog steeds in deze kabinetsperiode beslissen over de koop van de vliegtuigen.

De staatssecretaris maakt zich geen zorgen over de contracten die de Nederlandse industrie tot nog toe heeft binnengesleept in de ontwikkelingsfase. "De zorgen over de industrie leven niet bij de staatssecretaris, niet bij de Nederlandse bedrijven, maar bij de Kamer'', aldus zijn woordvoerster. "De staatssecretaris is afgereisd naar Washington om zich zo goed mogelijk te informeren om de Kamervragen goed en volledig te kunnen beantwoorden.'' Weliswaar is pas voor 205 miljoen dollar aan opdrachten binnengehaald, maar dat leidt bij de uiteindelijke productie van JSF-vliegtuigen tot een omzet van 5,4 miljard, aldus Defensie.