PARIJS - Kredietbeoordelaar Standard & Poor's (S&P) voorspelt dat de daling van de huizenprijzen in Nederland dit jaar tussen de 5 en 6 procent uit zal komen.

Dat maakte S&P donderdag bekend naar aanleiding van een vooruitzicht op de woningenmarkt in Europa.

De afwaardering van de huizenmarkt komt volgens S&P door de toenemende werkloosheid, de vertraagde groei van de inkomens en de vooruitzichten op bezuinigingen van de overheid. Dat maakt de consument in Nederland angstig om te verhuizen.

Op de lange termijn moet de huizenprijs wel weer gaan aantrekken volgens de kredietbeoordelaar. De bevolkingsgroei en het naderende tekort aan woningen moeten dat bewerkstelligen.

Afgelopen jaar daalden de huizenprijzen in Nederland met 6,7 procent. Makelaarsvereniging NVM verwacht dat de woningprijzen het aankomende jaar tussen de 5 en 7 procent zullen dalen.

Europese trend

De daling van de prijzen in Nederland is volgens de tendens in heel Europa. Net als in Nederland, wordt er in Frankrijk een prijsafname van tussen de 5 en 6 procent verwacht. In het noodlijdende Spanje zullen de huizenkopers naar verwachting 7,8 procent minder voor een woning betalen. Ook daar lijkt de werkloosheid verder op te lopen.

Binnen het 'economische hart' van Europa is Duitsland het enige land dat een stijging van de waarde van woningen zal merken. Daar zijn de voorspellingen voor de arbeidsmarkt iets gunstiger en zal de gemiddelde prijs van een huis met 3 procent stijgen.

Van een explosie kan echter niet worden gesproken volgens S&P, omdat de gemiddelde waarde tussen 1999 en 2008 eigenlijk stagneerde.

Bij de Ieren lijkt de prijs die consumenten voor een woning willen betalen te stabiliseren, sinds de waarde is gehalveerd ten opzichte van 2007. De komende hervormingen in Portugal moeten een halt toeroepen aan de vrije val van de woningenmarkt in dat land.