MILAAN - Italië kan de huidige spanning op de financiële markten het hoofd bieden zonder hulp van de Europese Centrale Bank (ECB).

Dat zegt bestuurder Ignazio Visco van de Italiaanse centrale bank in een zondag gepubliceerd vraaggesprek met dagblad La Stampa.

De ECB kondigde afgelopen zomer aan dat zij bereid is om eurolanden die in de problemen komen, bij te staan met steunaankopen van staatspapier. Sindsdien zijn de zorgen over Zuid-Europese landen als Italië en Spanje afgenomen, zoals blijkt uit de lagere rentes die de landen moeten betalen op staatsleningen.

Italië kampte volgens Visco eind 2011 met problemen van de orde van grootte waarvoor het opkoopprogramma van de ECB bedoeld is. Het is er volgens de centrale bankier echter grotendeels op eigen kracht in geslaagd de spanning te verminderen en toegang te houden tot de kapitaalmarkten.

Rente

De toonaangevende marktrente op 10-jarige staatsleningen bereikte voor Italië in november 2011 een piek tegen de 8 procent. Ook dit jaar stond dat tarief lange tijd boven de 6 procent, een niveau dat economen doorgaans beschouwen als onhoudbaar op de lange termijn. Nu is de rente 4,6 procent.

''Op dit moment wordt de situatie gekenmerkt door een lagere spanning, terwijl het programma van de ECB in het leven is geroepen voor acute situaties, waarin de leenkosten veel hoger oplopen dan gezien de economische fundamenten van een land gerechtvaardigd is'', aldus Visco.

Monti

De afgelopen week is de spanning op de financiële markten rond Italië wel weer opgelopen. Premier Mario Monti, die gezien wordt als de man achter de hervormingen die het vertrouwen in Italië weer wat hebben hersteld, kondigde vorig weekend zijn vervroegde aftreden aan.

Monti weet zich niet meer verzekerd van een brede parlementaire meerderheid nu de partij van zijn voorganger Silvio Berlusconi haar steun aan heeft ingetrokken.

Zodra een aantal belangrijke financieel-economische maatregelen die hij nog wil doorvoeren is goedgekeurd, stapt de premier op.