SANTIAGO - Door hogere lonen is het aantal mensen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied dat in armoede leeft gedaald naar het laagste niveau sinds dertig jaar. 

Dat meldt de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (ECLAC) dinsdag.

Ondanks de daling worden in het werelddeel nog altijd 167 miljoen mensen als arm beschouwd, ofwel 29 procent van de bevolking. Van hen verkeren 66 miljoen in extreme armoede, evenveel als vorig jaar.

"De huidige cijfers voor armoede en behoeftigheid zijn de laagste sinds drie decennia en dit is goed nieuws, maar de cijfers zijn in veel landen nog onacceptabel", zei Alicia Bercena, voorzitter van de ECLAC. "De uitdaging is om kwaliteitsbanen te genereren in het kader van een ontwikkelingsmodel dat is gebaseerd op gelijkheid en ecologische duurzaamheid."

Lonen

Landen waar de armoede het hardst is afgenomen zijn Argentinië, Colombia, Ecuador, Paraguay, Peru, Uruguay en Panama. Dit komt vooral door hogere lonen en meer werkgelegenheid, aldus het Sociaal Panorama van Latijns-Amerika van de ECLAC.

Vrouwen en kinderen blijven het kwetsbaarst voor armoede. Van de mensen die in extreme armoede leven is 51 procent minderjarig. "De armoede heeft in Latijns-Amerika het gezicht van een kind", zei Barcena.

De inkomensongelijkheid is afgenomen, vooral in het afgelopen decennium, maar blijft een belangrijk probleem. De rijkste tien procent van de bevolking van Latijns-Amerika ontvangt 32 procent van het totale inkomen, terwijl de armste veertig procent vijftien procent van het inkomen moet verdelen.