RIJSWIJK - In 2011 waren er ruim 7000 mensen minder aan het werk in het primair en voortgezet onderwijs dan een jaar ervoor.

Vooral voor jonge onderwijzers, vaak met een tijdelijk contract, is veel minder plek. Dat blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

In 2010 werkten er nog 303.660 mensen in het onderwijs. In 2011 nog maar 296.460, een daling van 7200 werknemers. ''Nu zijn die cijfers iets overtrokken’’, benadrukt een woordvoerder van de Algemene Onderwijsbond (AOb). ''Er zijn wat scholen die de cijfers verkeerd aanleveren en ook fusies verstoren het beeld iets. Desalniettemin, er zijn veel banen verdwenen.’’

Net afgestudeerde docenten hebben het niet makkelijk, zo tonen de cijfers van DUO aan. In het basisonderwijs daalde het aantal werkzame docenten onder de 25 in 1 jaar tijd met liefst 21 procent.

In het speciaal basisonderwijs was de klap nog groter: tussen de 25 en 30 procent banenverlies voor deze groep. In het voortgezet onderwijs was de daling iets minder groot, maar nog altijd 9,4 procent. Tegelijkertijd stijgt het aantal docenten dat tussen de 55 en 65 jaar is.

Pensioen

''Oudere leraren werken langer door. Vroeger gingen ze met pensioen op hun 61e. Inmiddels is dat gestegen naar 63, want dat levert de docent financiële voordelen op’’, legt de AOb-woordvoerder uit.

Door de groei van het leerlingenbestand konden toen ook nieuwe docenten instromen terwijl de oudere bleven werken. ''Nu stromen de jonge docenten niet meer in. En doordat de pensioenleeftijd omhoog gaat, blijven oudere docenten nog langer. We raken de jongere docenten kwijt. Over een aantal jaar moet je ze dan weer enthousiasmeren als de oude garde alsnog uitstroomt.’’

De jonge docenten probeerden de afgelopen jaren nog aan het werk te komen via tijdelijke contracten, maar uit cijfers van DUO blijkt ook dat niet meer te werken. In het basisonderwijs verdween 19 procent van de banen op een tijdelijke basis.

Meer leerlingen

''Het absurde is dat er meer leerlingen bijkomen, maar dat het aantal leraren terugloopt. De scholen krijgen wel extra geld voor die leerlingen, maar dat gaat op aan verborgen bezuinigingen zoals hogere werknemerspremies voor bijvoorbeeld pensioenen." Aan die premies betalen zowel werkgever als werknemer mee.

"Daar maken wij ons als AOb erg boos over. Dit betekent gewoon dat de klassen groter worden’’, laat de woordvoerder weten. Volgens de bond zou er een overgangsregeling moeten komen, waarbij dat extra geld wordt gebruikt om jonge docenten voor de klas te zetten.

Oudere docenten kunnen dan ook in dienst blijven, maar als achtervang of bijvoorbeeld als begeleider voor kinderen die lastig meekomen.