DEN HAAG - Doordat steeds meer rijkstaken worden overgeheveld naar gemeenten, gaan gemeenten onderling vaker samenwerken om hun taken effectief en efficiënt te kunnen blijven uitvoeren.

Bedroeg het aandeel van de zogeheten intergemeentelijke uitgaven in 2005 nog geen 6 procent van de totale bestedingen van gemeenten, in 2010 was dat aandeel bijna 14 procent.

Dat is meer dan een verdubbeling in slechts 5 jaar, meldt het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) woensdag. Vooral kleinere gemeenten kiezen voor samenwerking, bijvoorbeeld op (nieuw bijgekomen) zaken die zij moeilijk zelfstandig kunnen regelen, zoals sociale werkvoorziening en huishoudelijke hulp.

De grootste intergemeentelijke kostenpost vormt het beleidsterrein werk en inkomen. Uitgaande van de cijfers van 2010 wordt 28 procent van de uitgaven daaraan door verschillende gemeenten gezamenlijk gespendeerd. Dat komt neer op zo´n 3,5 miljard euro.

Overige kosten

Op de terreinen zorg en dienstverlening, en educatie en cultuur bedragen de samen gemaakte kosten respectievelijk 1,9 en 1,3 miljard euro.

Het SCP constateert dat voor milieu en leefomgeving (200 miljoen euro) en infrastructuur en economisch zaken (100 miljoen euro) nog maar weinig gemeenschappelijk wordt uitgegeven.

Maar gezien de toenemende problemen rondom grondbezit en leegstand op bedrijventerreinen, verwacht het planbureau dat ook op die gebieden de komende tijd meer zal worden samengewerkt.

Tekort

In totaal spendeerden Nederlandse gemeenten in 2010 zo'n 54 miljard euro, bijna een vijfde meer dan in 2005. Omdat de inkomsten maar 52 miljard bedroegen, betekent dit een tekort van bijna 2 miljard euro.

Dat komt volgens het SCP vooral doordat er verlies geleden wordt op grondbezit. Door de crisis op de vastgoedmarkt leveren projecten minder op en worden ze later verkocht, waardoor gemeenten meer rente moeten betalen.