AMSTERDAM - Het Centraal Planbureau (CPB) overschat de prijsdaling op de huizenmarkt die het gevolg is van aanpassingen aan de hypotheekrenteaftrek.

Daardoor schrikt het bureau politici ten onrechte af de woningmarkt aan te pakken. Dat zeggen twee hoogleraren vrijdag in de Volkskrant.

Volgens Peter Boelhouwer van de TU Delft en Johan Conijn van de Universiteit van Amsterdam deugt het model dat het CPB gebruikt om de ontwikkeling van de huizenprijs te berekenen niet.

Beperking

De aanname van de Haagse rekenmeesters dat iedere toekomstige beperking van de hypotheekrenteaftrek direct wordt verrekend in de huizenprijs is onjuist, zeggen zij.

"De onderhandelaars bij de kabinetsformatie zullen bij woningmarktplannen dramatischer cijfers voorgeschoteld krijgen dan op basis van de werkelijkheid aannemelijk is", vreest Boelhouwer.

Gevolgen

De hoogleraar baseert zich met zijn kritiek op de gevolgen van een beperking van de aftrek in Groot-Brittannië. Daar heeft de geleidelijke afschaffing van de renteaftrek geen grote prijsdaling tot gevolg gehad.

Datzelfde geldt voor Zweden, waar de huizenprijzen na een aanvankelijke dip binnen een paar jaar weer op het oude niveau lagen.

Overigens is het niet zo dat het rekenmodel van het CPB partijen die niets aan de hypotheekrenteaftrek willen veranderen, bevoordeelt. De woningmarktplannen van de VVD en PVV, die het minst aan de aftrek willen veranderen, kwamen bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma's als slechtst uit de bus.