AMSTERDAM - Tussen de leden van de lobbyclub voor Nederlandse banken NVB bestaat grote onenigheid. Hierdoor is de brancheorganisatie niet meer in staat een effectieve lobby te voeren richting Den Haag en Brussel.

Dat meldt Het Financieele Dagblad donderdag. Vooral tussen ING en Rabobank zou volgens de krant onenigheid zijn.

Omdat Rabobank ontevreden is over het functioneren van de lobbyorganisatie en zijn voorzitter Boele Staal, wil de coöperatieve bank zijn contributie met dertig procent korten tot 3,5 miljoen euro.

Rabobank zou niet meer willen betalen dan de twee andere Nederlandse grote banken, ING en ABN AMRO. Aangezien de twee laatstgenoemde niet meer contributie willen betalen, dreigt de NVB flink te moeten gaan bezuinigen.

Verheven

Volgens het FD zijn de verhoudingen tussen Rabobank enerzijds en de andere banken anderzijds sinds de kredietcrisis flink verslechterd. De bank zou zich ver verheven voelen boven de andere grootbanken, omdat zij als enige geen staatssteun nodig heeft gehad.

Vooral topmannen Hans van Noordaa van ING en Rabo-bestuurder Piet van Schijndel zouden geregeld met elkaar in aanvaring komen. Bestuursleden van de NVB kwalificeren de organisatie tegenover de krant daarom als een 'onaangename' club.

Woningmarkt

Illustratief voor het gebrek aan samenwerking is het feit dat ING en Rabobank eerder dit jaar onafhankelijk van elkaar met een plan voor de woningmarkt kwamen. De drie banken zouden er in toenemende mate voor kiezen hun eigen lobby te voeren, waardoor de NVB in feite irrelevant zou worden.

De NVB stelt in een reactie naar NU.nl dat de interne onenigheid 'buitenproportioneel' is opgeblazen door de krant. "Er zijn inderdaad discussies over de contributiegelden en die kunnen ook scherp worden gevoerd."

"Maar dat is een interne aangelegenheid. Inhoudelijk is er een goede samenwerking", aldus een woordvoerder. ""De vraag hoe je die samenwerking uitvoert is ondergeschikt aan inhoud."

Als voorbeeld van de goede samenwerking noemt de vereniging het aanbod om een nieuw kabinet bij te staan in keuzes om de woningmarkt uit het slop te halen.