RIJSWIJK - De totale hoeveelheid geld dat de zorg kost, is in tien jaar tijd met 71,4 procent gestegen.

Daardoor geeft Nederland 11,9 procent van het bruto binnen product (bbp) uit aan de gezondheidszorg en 14,9 procent aan de totale zorg.

Een percentage dat internationaal tot de absolute top gerekend mag worden, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de OESO.

In 2001 gaf Nederland 52,5 miljard euro uit aan de totale zorg. In 2005 was dat al 67,6 miljard euro, in 2011 liefst 90 miljard euro. Daardoor stegen de uitgaven per hoofd van de bevolking van 3273 euro in 2001 naar 5392 in 2011.

Bbp

Nederland gaf in 2009 in totaal 14,7 procent van het bbp, de totale waarde van alle diensten en goederen die in een land in een jaar geproduceerd worden, uit aan de zorg.

In 2011 was dat zelfs 14,9 procent. Het overgrote deel van dat percentage wordt bepaald door de gezondheidszorg, de rest door welzijnszorg zoals thuiszorg en bijvoorbeeld niet-medische ouderenzorg in tehuizen.

OESO

Het percentage van het bbp dat in 2009 werd uitgegeven aan de gezondheidszorg is in Nederland 11,9 procent. Dat is 2,3 procent meer dan het gemiddelde van 34 Westerse landen, die aangesloten zijn bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Alleen de Verenigde Staten geven meer procent van het bbp uit aan gezondheidszorg, namelijk 17,4 procent. Nederland komt op plek 2.

Landen waar het laagste percentage wordt uitgegeven aan de zorg zijn Turkije (6,1 procent), Mexico (6,4 procent), Zuid-Korea (6,9 procent) en Estland (7 procent).