AMSTERDAM - De invoering van een flexibele accijns om zo de prijsstijging van brandstof aan de pomp te dempen is ongewenst.

Dat laat het ministerie van Financiën woensdag weten in reactie op een voorstel van brancheorganisatie Bovag.

De Bovag stelde dinsdag voor een prijsplafond in te voeren voor brandstof, door de accijnsheffing tegengesteld te laten meebewegen met de prijs. De organisatie wilde geen richtprijs afgeven. In België ligt een wetsvoorstel om de prijs voor benzine op 1,70 euro te houden. In Nederland kost een liter Euro 95 gemiddeld 1,87 euro.

Tegen de wiebelaccijns zijn volgens een zegsvrouw verschillende bezwaren. Zo vindt het ministerie het niet wenselijk als een belasting als demper fungeert voor prijsstijgingen die een gevolg zijn van de ontwikkeling van de wereldmarktprijzen van ruwe olie.

Afhankelijke situatie

"Doordat consumenten worden beschermd voor prijsfluctuaties komt de overheid ongewenst in een afhankelijke situatie", stelt de zegsvrouw. "Producenten kunnen namelijk als het ware onbestraft de prijzen verhogen, omdat de kosten ervan worden afgewenteld op de overheid en niet op de consument."

Daarnaast zorgt de invoering van een flexibele belasting voor problemen voor de Nederlandse schatkist. "Een wiebeltaks vergroot de variabiliteit van de ontvangsten en komt daarmee de robuustheid van het belastingstelsel en de rust in het besluitvormingsproces niet ten goede", redeneert het ministerie.

Transportsector

Het ministerie vraagt zich tot slot af of de transportsector het wel aanvaardbaar vindt als de brandstofprijs aan de Nederlandse pomp kunstmatig hoog wordt gehouden. Als oliemaatschappijen immers de prijs verlagen, merkt de klant aan de pomp dat niet bij een flexibel accijnstarief.