AMSTERDAM - Vakantiedagen blijven in cao's regelmatig toch nog vijf jaar geldig.

Het kabinet wilde vakantiestuwmeren tegengaan met een wet die sinds dit jaar van kracht is, maar die regeling wordt massaal omzeild, blijkt uit cijfers van werkgeversvereniging AWVN.

Opgebouwde vakantiedagen vervallen door de nieuwe wet een halfjaar na het jaar van opbouw. Zo moet worden voorkomen dat werknemers zelden op vakantie gaan en hierdoor enorme vakanties kunnen opbouwen. Van die regeling mag in de cao worden afgeweken als dat in het voordeel van de werknemers is.

Van de 241 cao's die tot eind juli zijn afgesloten zijn in 137 gevallen afspraken gemaakt over het vervallen van vakantiedagen, blijkt uit de cijfers van AWVN.

Volgende cao

Bij 37 procent van de 137 gevallen waarin werd afgeweken werd de oude verjaringstermijn van vijf jaar aangehouden. In zeventien procent van de gevallen werd afgesproken hier in een volgende cao naar te kijken of een andere termijn aangehouden. In de overige 46 procent van de gevallen is afgesproken de nieuwe kortere termijn aan te houden.

Werkgevers staan volgens Marco Veenstra, juridisch adviseur bij AWVN, ook niet altijd te trappelen om de kortere houdbaarheidstermijn, omdat voor de bovenwettelijke vakantiedagen nog altijd de vervaltermijn van vijf jaar geldt. Dat betekent dat werkgevers met twee verschillende termijnen moeten rekenen en dat is administratief niet handig.

In het tweede kwartaal werd volgens hem vaker een termijn van vijf jaar aangehouden dan in het eerste kwartaal.

Gelukt

Vakcentrale FNV zegt in een reactie dat dit jaar nadrukkelijk is ingezet op afwijken van de nieuwe regeling. "Dat is dus aardig gelukt."

De vakcentrale vindt dat werknemers in overleg met werkgevers zeggenschap moeten houden over de spreiding van hun vakantiedagen. "Werknemers moeten overgebleven vakantiedagen kunnen sparen voor combineren van werk en privé. Dat hoort gewoon bij goed werkgeverschap."