DEN HAAG - Het inkomen van Nederlandse boeren is afgelopen jaar fors gedaald, ondanks dat de exportwaarde van land- en tuinbouwproducten met 9 procent toenam.

Dat blijkt uit een maandag gepresenteerd jaarbericht van onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR.

Naar schatting komt een vijfde van de landbouwbedrijven dit jaar uit op een negatief inkomen, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2010. Vooral bedrijven in de glastuinbouw en de legpluimveehouderij zijn de klos.

Volgens het onderzoeksinstituut hadden zij veel last van een toename van de productiekosten. Door de lage wisselkoers van de euro was de import van veevoer bijvoorbeeld veel duurder, en ook de energieprijs lag in 2011 hoger dan het jaar ervoor.

LTO

De Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland reageert bevestigend op de analyse en ziet hierin tevens een belangrijke missie weggelegd voor de branche.

''De ontwikkeling van inkomens van boeren en tuinders moeten we in lijn zien te brengen met het succes van de agrosector", aldus voorzitter Albert Jan Maat. Als gevolg van prijsstijgingen besteden consumenten de laatste jaren immers juist relatief meer aan agrarische producten.

In totaal telde Nederland afgelopen jaar 70.392 primaire land- en tuinbouwbedrijven, ongeveer 2,7 procent minder dan in 2010. Aan het begin van de eeuw waren dat nog 97.000 bedrijven. De belangrijkste oorzaak van deze structurele afname zit hem volgens LEI Wageningen UR in een toenemende schaalvergroting en specialisatie.

Koeien

In de melkveehouderij heeft ondertussen ruim 20 procent van de bedrijven meer dan 100 koeien. Ruim de helft van de nationale vleeskuikenstapel werd in 2010 gehouden op bedrijven met meer dan 100.000 vleeskuikens.

Alleen in de akkerbouw verloopt de schaalvergroting wat langzamer dan in de veehouderij. Minder dan 5 procent van de akkerbouwers heeft meer dan 100 hectare grond.