LONDEN - De olieprijzen hebben maandag niveaus overschreden die sinds de oorlog in Irak niet meer waren bereikt. In Londen steeg de prijs van een vat Brent met 33 dollarcent tot ,57 dollar. Voor ruwe olie die in New York wordt verhandeld, en van iets betere kwaliteit is, moest 36,13 dollar per vat (van 159 liter) worden betaald.

Dit zijn prijzen van een jaar geleden, toen de door de Amerikanen geleide invasie van Irak veel zorg over de olieleveranties in de wereld met zich bracht. De prijsstijging is ditmaal een direct gevolg van de vorige maand aangekondigde productiebeperking met 4 procent van de OPEC, de Organisatie van Olie-Exporterende Landen.

Ali al-Naimi, de olieminister van OPEC's belangrijkste lidstaat Saudi-Arabië, heeft toegezegd dat er genoeg olie op de markt blijft om de economische groei in de wereld niet in gevaar te brengen. Ook de voorzitter van het oliekartel, de Indonesiër Purnomo Yusgiantoro, heeft gezegd te zullen ingrijpen als de OPEC-olie boven de 31 dollar uitkomt. De afgelopen week bedroeg die prijs gemiddeld 30,65 dollar.

De OPEC-landen besloten vorige maand hun productie met ingang van april te verkleinen om prijsdalingen tegen te gaan. De olieprijs dreigde te gaan zakken door het steeds goedkoper worden van de dollar en de gebruikelijke afname van de vraag naar olie na de wintermaanden op het noordelijk halfrond.

De organisatie verklaarde eerder een prijs na te streven van tussen de 22 en 28 dollar voor hun eigen oliesoorten. Dat de olie momenteel veel meer kost, is volgens lidstaten van het kartel geen probleem. De OPEC zegt in te spelen op de komst van olie uit Irak op de wereldmarkt.