AMSTERDAM - Terwijl de bouwbranche in een flinke dip zit, zijn directeuren van bouwbedrijven vorig jaar gemiddeld 4,2 procent meer salaris gaan verdienen.

De salarisgroei lijkt met name te toe te schrijven aan de bestuurders van de grootste bouwers. Dat blijkt vrijdag uit een enquête onder 641 bouwmedewerkers van bouwdagblad Cobouw en adviesbureau Berenschot.

Directieleden in de bouwsector kwamen in 2011 uit op een gemiddeld jaarinkomen van 119.000 euro. Uitvoerders leverden echter 0,2 procent in.

De salarisstijging bij de directieleden lijkt haaks te staan op de slechte omstandigheden in de bouwsector, waar door de recessie nauwelijks nog bouwprojecten van de grond komen, relatief veel bouwbedrijven failliet gaan, woningprijzen in een vrije val zijn geraakt en de leegstand in de kantorenmarkt op een historisch dieptepunt is beland.

De voortdurende recessie komt in de enquête dan ook naar voren als het grootste zorgpunt in de bouw.

Goed jaar

“Het salaris van een directeur is vaak gekoppeld aan het succes van de onderneming", merkt consultant Johan van Dam van Berenschot op in het dagblad. "Gezien de loonstijging van 4,2 procent, was afgelopen jaar kennelijk een goed jaar voor de bouw”, zegt Van Dam.

Een van de bouwdirecteuren, die zelf 30 procent van zijn salaris heeft ingeleverd, zegt tegenover Cobouw te vermoeden dat de salarissen vooral bij bestuurders van de grootste bouwbedrijven zijn opgekrikt. Die zitten volgens hem in een ivoren toren "en hebben weinig affiniteit met de werkvloer".

Pas op de plaats

Een woordvoerder van FNV Bouw bevestigt dat vermoeden. "Over de hele linie genomen lijkt het of er een pas op de plaats is genomen, behalve voor de top", zegt hij in het dagblad.

Behalve over de recessie, maken bouwmedewerkers zich zorgen over de concurrentie van zzp'ers en werklieden uit het buitenland. Die angst is volgens de FNV "meer dan terecht".

De vakbond wijst op werknemers uit Polen en Bulgarije, maar ook zzp’ers, die werken voor buitensporig lage tarieven.