AMSTERDAM - De voormalige president-commissaris van de in problemen geraakte Rotterdamse woningcorporatie Vestia, Jan Remmerswaal, heeft geen spijt van de loonsverhogingen voor de inmiddels oud-directeur Erik Staal in de jaren negentig.

Dat zegt hij in een interview in het Financieele Dagblad van vrijdag.

Remmerswaal zegt geen spijt te hebben van het salaris, 'zeker gezien de omstandigheden van die tijd'. "Er heerste een totaal gevoel bij de raad van: we moeten die vent niet kwijt", zegt Remmerswaal in het FD. "Hij heeft heel wat betekend voor de volkshuisvesting in Den Haag en omstreken."

Over de salariëring en bonussen van Staal ontstond grote ophef nadat de financiële problemen van de corporatie aan het licht kwamen. Onder verantwoordelijkheid van Staal kocht Vestia voor miljarden aan derivaten om zich te beschermen tegen hoge rentes. Omdat de rente de afgelopen jaren juist zeer laag stond, vroegen banken om extra onderpand. Vestia kon dat niet opbrengen, waarop Staal moest aftreden.

Raad

Staal heeft zijn hoge salaris vooral te danken aan de raad van commissarissen in de jaren negentig. Die raad is verantwoordelijk voor het interne toezicht. Remmerswaal was lid van de raad tussen 1992 en 2000. Hij schreef in 1998 dat Staal 'de ziel van het bedrijf' was.

Onder leiding van Remmerswaal werd contractueel vastgelegd dat Staal in 1998 32.500 gulden per maand zou gaan verdienen, wat neerkomt op ruim 180 duizend euro op jaarbasis, ontdekte het FD. Hij kreeg ook de toezegging dat hij er ieder jaar 2500 gulden op zou vooruitgaan. Dat leverde hem in 2003 een salaris op van 45 duizend gulden per maand, wat neerkomt op ruim twintigduizend euro.

Gouden handdruk

Door verdere salarisstappen verdiende Staal in 2005 ruim 343 duizend euro per jaar aan basissalaris. Daarna steeg dat mee met de cao in de sector. Bij zijn vertrek kreeg Staal bovendien nog eens een gouden handdruk van 3,5 miljoen mee, wat tot veel verontwaardiging leidde.