AMSTERDAM – Oost-Europa is als afzetmarkt voor de Nederlandse industrie de laatste 15 jaar flink gegroeid en wordt in de toekomst steeds belangrijker.

Dat schrijft het ING Economisch Bureau vrijdag in een rapport.

In 2010 werd voor 17,4 miljard euro aan Nederlandse producten verkocht in Oost-Europa. De sectoren die het meest profiteren van de exportgroei naar Oost-Europa zijn agrifood, chemie en de technologische industrie. In 2010 ging het om respectievelijk 4, 3,5 en 5,3 miljard euro.

De belangrijkste exportlanden in de regio zijn Polen en Rusland. “Oost-Europa kan de komende jaren nog belangrijker worden als exportbestemming van Nederlandse producten, zeker gezien de matige groeivooruitzichten in het zuiden van Europa”, aldus de economen.

Groeispurt

Sinds 1996 is het exportvolume elk jaar met 8,5 procent toegenomen. Inmiddels gaat meer dan 8 procent van de totale export van de Nederlandse industrie naar Oost-Europese landen. In 2001 bedroeg het exportaandeel nog 4 procent.

Vooral de toetreding tot de Europese Unie van een aantal Oost-Europese landen zorgde voor een groeispurt.