AMSTERDAM - Oud-topman van ABN AMRO Rijkman Groenink heeft spijt dat zijn bank in 2007 zoveel moeite heeft gedaan te fuseren.

"Achteraf hadden we die fusiestap met Barclays niet moeten maken", zegt Groenink in het tv-programma College Tour. "Dat had het vijandelijke bod van het consortium misschien kunnen voorkomen."

ABN AMRO was in 2007 in gesprek met ING over een fusie. Toen dat stukliep, deed de bank een poging samen te gaan met het Britse Barclays. De activistische aandeelhouder TCI drong echter aan op splitsing van de bank. Uiteindelijk werd de bank in stukken geknipt en verkocht aan een consortium van Fortis, Royal Bank of Scotland en Banco Santander.

"Er was een soort beweging van: we gaan met iemand fuseren", geeft Groenink toe tegenover de tweehonderd studenten die bij de opnamen aanwezig waren. "Gegeven de situatie met TCI hadden we moeten zeggen: ING lukt niet, dus stop. Rust. Dat hebben we niet gedaan en daar heb ik spijt van."

Nederlandse staat

De combinatie Fortis-ABN AMRO moest uiteindelijk vlak na de fusie tijdens de kredietcrisis worden gered door de Nederlandse staat. Groenink kreeg destijds veel kritiek omdat hij de bank met 28,4 miljoen euro in zijn zak verliet.

De oud-topman wijst de kritiek van de hand. "In tegenstelling tot wat wettelijk mogelijk was, heb ik een heel beperkte afvloeiingsregeling geaccepteerd. Waarom zou ik mijn aandelen voor niets inleveren, terwijl de rest van de aandeelhouders dat niet doet?"

Groenink zegt inmiddels weer beschikbaar te zijn om aan de slag te gaan in de financiële sector. "Het meest logische is een toezichthoudende functie", vindt hij. "Als iemand me zou vragen of ik beschikbaar zou zijn om zijn instellingen te helpen, dan ben ik dat. Tot nu toe is het niet gebeurd."