ZÜRICH - De Zwitserse bank UBS is in de Verenigde Staten aangeklaagd door de roemruchte advocaat Edward Fagan. Fagan eist 2,2 miljard dollar (1,8 miljard euro) omdat de bank in de Tweede Wereldoorlog eigenaar was van enkele Amerikaanse dochterondernemingen van het Duitse IG Farben. Dat bedrijf fabriceerde het gas Zyklon-B voor de gaskamers van de nazi's. Het geld is bestemd voor slachtoffers van dwangarbeid in de oorlogsjaren 1940-1945.

De aanklacht is neergelegd bij een districtsrechtbank in New York, die al enkele andere zaken met betrekking tot dwangarbeid tijdens de Tweede Wereldoorlog onder haar hoede heeft. Volgens UBS is er geen enkele grond voor een schadevergoeding.

Fagan denkt een zaak te hebben, omdat de voorloper van een fusiepartner van UBS, Swiss Bank Corporation, in 1964 122 miljoen dollar heeft ontvangen van de Amerikaanse overheid. Dat gebeurde omdat de betrokken dochterondernemingen in de oorlog ten onrechte zouden zijn geconfisqueerd. Dit bedrag had nooit moeten worden uitgekeerd, aldus Fagan. "UBS is nu niets anders dan IG Farben. Het heeft alleen zijn naam veranderd", zei hij donderdag.

WOII

IG Farben vroeg in december vorig jaar faillissement aan. De aandelen van het bedrijf staan nog steeds genoteerd aan de effectenbeurs in Frankfurt. Eerdere pogingen om een liquidatie van IG Farben te bewerkstelligen mislukten, omdat de chemieproducent allerlei claims van zijn voormalige dwangarbeiders uit WOII niet kon schikken.

Volgens Fagan heeft UBS tot dusver geweigerd te onderhandelen over een schadevergoeding. De advocaat joeg in het verleden al vaker grote concerns de stuipen op het lijf door hun vermeende rol in de holocaust aan de kaak te stellen. Het aandeel UBS daalde in Zürich 0,7 procent.