LONDEN - Corus zet zijn aluminiumactiviteiten opnieuw in de etalage. Het Brits-Nederlandse staalconcern ontkent dat het al in gesprek is met belangstellende kopers.

"We staan open voor belangstelling van derden", aldus een woordvoerder donderdag in Londen. Eerder zei de nieuwe bestuursvoorzitter Philippe Varin al van plan te zijn het aluminium te scheiden van het staal. "Staal is de kernactiviteit." In april hielden de Nederlandse commissarissen de verkoop van deze divisie aan het Franse Pechiney nog tegen. Zij kregen daarbij steun van de ondernemingsraad van de Nederlandse tak.

Het bedrijf hoopt op belangstelling voor de hele aluminiumdivisie, van smelterijen tot walserijen. Pechiney was indertijd niet geïnteresseerd in de smeltovens die staan in Delfzijl en in het Duitse Voerde. Samen met de walserijen in het Belgische Duffel en verder in de Duitse plaatsen Koblenz, Vögt, Bonn en Bitterfeld vormen zij de volledige aluminiumactiviteiten. Alles bijeen werken hier 5700 mensen. Het onderdeel zette in 2002 ongeveer 1 miljard pond (bijna 1,6 miljard euro) om.

Op jaarbasis produceert Corus ongeveer 500.000 ton aluminium. Dat is vaak van zeer hoogwaardige kwaliteit en voor zeer speciale toepassingen geschikt, van mantels van de batterijen van Duracell tot aan vliegtuigbeplating. Corus vindt het onderdeel echter te klein om volwaardig te kunnen groeien binnen het eigen concern. "Aluminium is op termijn beter af buiten Corus", concludeert Varin.

De staalproducent heeft alle betrokken partijen op de hoogte gesteld van de plannen om "de positie van de aluminiumactiviteiten" opnieuw te bezien. De ondernemingsraad van de Nederlandse tak, het voormalige Hoogovens, pleit ervoor de aluminiumdivisie in zijn geheel intact te laten wegens de verbondenheid, zoals op onderzoeks- en ontwikkelingsgebied, met de rest van het bedrijf. Eerder verzette de OR zich met succes tegen Londense pogingen aluminium aan Pechiney te slijten. Deze OR werkt weer samen met de Duitse en Belgische collega-OR's.