EINDHOVEN - Uitvinden is geen vetpot. Hoewel de waarde van een patent vaak flink in de papieren loopt, krijgt 83 procent van de uitvinders daar geen geldelijke beloning voor. De overige 17 procent moet het doen met een eenmalige bonus. Dat blijkt uit een onderzoek van de Technische Universiteit Eindhoven. De resultaten daarvan zijn woensdag bekendgemaakt.

Uitvinders werken gemiddeld vier tot zes maanden aan iets nieuws. Dat vergt een investering van ongeveer 40.000 euro. In een op de tien gevallen is sprake van een echte inval. Ongeveer 40 procent van de uitvindingen wordt uiteindelijk niet commercieel toegepast. De waarde van de overige 60 procent loopt uiteindelijk uiteen van minder dan 300.000 tot meer dan 300 miljoen euro.

De onderzoekers namen bijna 4000 Nederlandse patenten onder de loep die tussen 1992 en 1997 zijn verleend door het Europese Octrooi Bureau. Daaruit bleek dat uitvinders vrijwel altijd man zijn en dat de helft van hen een afgeronde universitaire studie heeft gevolgd. Het merendeel, 84 procent, werkt bij een bedrijf.

Het verhogen van de prestaties van het bedrijf of de instelling waar de uitvinder werkt, is de belangrijkste drijfveer, zo blijkt uit het onderzoek. Op de tweede plaats staat de voldoening dat wordt aangetoond dat iets technisch mogelijk is. Individueel prestige en de eigen reputatie komen op de derde plaats.