VOORBURG - De inkomensverschillen tussen provincies zijn tussen 1950 en 2000 sterk veranderd. In 2000 hadden de inwoners van de provincie Utrecht gemiddeld het hoogste besteedbare inkomen. Het lag ruim 6 procent boven het landelijk gemiddelde. Vijftig jaar eerder stonden Noord- en Zuid-Holland nog aan kop.

In 2000 lag het inkomen daar nog ongeveer 2 procent boven het landelijk gemiddelde, zo blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek maandag heeft gepubliceerd. In 1950 was dat nog tot 7 procent. In Utrecht lag het toen iets onder het landelijk gemiddelde.

In het begin van de jaren '50 lag het besteedbare inkomen in Noord-Brabant, Gelderland en Drenthe 8 tot 9 procent onder het landelijk gemiddelde. Noord-Brabant en Gelderland hebben die achterstand vrijwel ingelopen. In Drenthe lag het in 2000 nog 3 procent onder het landelijk gemiddelde.

Nu zijn Groningen en Friesland de provincies waar mensen gemiddeld het laagste besteedbare inkomen hebben. In 2000 lag het daar respectievelijk 10 en 7 procent onder het landelijk gemiddelde.

Tussen 1950 en 2000 is de inkomensontwikkeling in steden achtergebleven. Dat geldt vooral voor Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. In de jaren vijfig lag het inkomen daar nog ruim boven het gemiddelde. Inmiddels ligt het er 6 tot 12 procent onder. Veel mensen met een hoog inkomen zijn weggetrokken uit de stad en hebben zich in omringende gemeenten gevestigd.