DEN HAAG - Veel boeren en tuinders zien hun inkomen over 2011 fors terugvallen. Vooral akkerbouwers, bloembollentelers, de glastuinbouw en de leghennenhouders hebben een slecht jaar achter de rug.

De melkveehouders sluiten het jaar af met een plus in de boekhouding. Dit blijkt uit het jaarlijkse overzicht van de inkomens in de agrarische sector van het Landbouw Economisch Instituut (LEI), dat dinsdag is gepubliceerd.

Voor de sector als geheel was 2011 een matig jaar, waarin de kosten van veevoer, energie en kunstmest flink stegen.

De kosten van de productie gingen met 7 procent omhoog en de stijging van de prijzen met 2 procent bleef daarbij achter. Inmiddels is een top van de voerprijzen bereikt. In de laatste maanden van dit jaar zijn ze licht gedaald.

Akkerbouwers

De akkerbouwers kampen met prijzen voor aardappelen en uien die veel lager zijn dan in 2010. Het gemiddelde inkomen per bedrijf daalt van 124.000 euro in 2010 naar 56.000 euro dit jaar.

De daling van de inkomens van de telers van glasgroente is nog veel forser, met name als gevolg van de EHEC-crisis. De glastuinbouw zit dit jaar diep in de rode cijfers. Daar teren veel ondernemers in op het eigen vermogen en moeten ze regelingen treffen om hun bedrijf voort te zetten.

Leghennen

Ook voor de houders van leghennen gaat 2011 de geschiedenis in als een slecht jaar. Ze hadden te kampen met een daling van de prijzen van eieren, terwijl hun kosten wel stegen.

Melkveehouders kregen ook dit jaar weer een betere prijs voor de melk en hun inkomen komt dit jaar ''op een goed niveau''.

De houders van melkgeiten zien in het jaar na de Q-koorts het inkomen nog niet stijgen. Zij kregen weliswaar een hogere prijs voor de melk, maar de voerkosten stegen harder.

Varkens

Het inkomen van varkensfokbedrijven daalt sterk door enerzijds de hogere voerprijzen an anderzijds de lagere prijzen voor biggen.

Die lagere biggenprijzen leiden voor de vleesvarkensbedrijven tot hogere opbrengstprijzen.