DEN HAAG - De kredietcrisis van 2008 en 2009 kwam ook voor toenmalig minister Wouter Bos van Financiën volkomen onverwacht.

Hij zei dat maandag voor de parlementaire enquêtecommissie die de genomen maatregelen ten tijde van de crisis onderzoekt.

Volgens Bos waren er in de loop van 2007 wel problemen zichtbaar bij individuele banken vooral in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

''Maar we dachten dat het daarbij zou blijven. Er waren nog geen aanwijzingen voor een systeemcrisis, waarbij het hele financiële stelsel in problemen komt.''

Keerpunt was de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers op 15 september 2008. Pas toen werd snel duidelijk dat er meer aan de hand was, aldus Bos. Toen de kredietcrisis eenmaal was uitgebroken is door het ministerie van Financiën meteen '' zeer adequaat opgetreden'', gaf de toenmalige bewindsman aan.

DNB

Oud-directeur van De Nederlandsche Bank (DNB) Henk Brouwer heeft volgens Bos in het najaar van 2008 nadrukkelijk laten weten niets te voelen voor een Europees reddingsplan voor banken, dat was bedacht door een topambtenaar van het ministerie van Financiën.

''Ik hoorde de heer Brouwer alleen maar briesen over de inhoud van het plan'', stelde Bos. Dat gebeurde in de marge van een bijeenkomst in het 'eerste reddingsweekend' voor ABN Amro, in september 2008.

De maatregel bestond eruit dat Nederland een loket opende van 20 miljard euro waarbij banken konden aankloppen voor steun. In ruil voor de steun werd door de overheid zeggenschap geëist en een flink rendement op het geleende geld. ING, Aegon en SNS Reaal maakten van de regeling gebruik. In Europa vond het idee veel navolging.

Blaren

De constructie waarbij de overheid zeggenschap zou eisen, vond DNB complex, aldus Bos. Liever zag de centrale bank ''een figuur'' waarbij bedacht werd aan ''garanties en verzekeringen''.

Maar Bos wilde dat de steun ''niet pijnloos'' zou zijn voor de betrokken banken. Ze zouden dan bevrijd zijn en door kunnen gaan alsof er niets was gebeurd. ''Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten'', zei Bos.

Balkenende

Bos heeft zich door toenmalig premier Jan Peter Balkenende altijd gesteund gevoeld bij zijn optreden tijdens de kredietcrisis. ''Hij liet veel aan mij over, dat werkte goed’’, zei de oud-minister tegen de parlementaire enquêtecommissie-De Wit.

Hij zei dat hij ook altijd geprobeerd heeft Balkenende er op cruciale momenten bij te betrekken. Dat ging altijd vooraf of direct achteraf in contacten met de premier of zijn topambtenaren. De samenwerking met Balkenende was ''zeer goed’’, zei Bos.

Overtuiging

Een minister van Financiën moet volgens Bos in tijden van crisis met grote stelligheid en overtuiging zijn eigen maatregelen uitleggen en verdedigen, ook al is hij zelf niet 100 procent zeker van het succes.

''Je hebt in crisistijd niets aan een minister van Financiën die openlijk twijfelt aan de effectiviteit van zijn maatregelen'', zei de oud-minister. Hij zei tijdens de kredietcrisis in 2008 bij invoering van een garantieregeling voor leningen tussen banken dat hij er ''bijna zeker'' van was dat die regeling niet nodig zou zijn.

Met die opmerking nam Bos een ''verantwoord en noodzakelijk risico'', zei hij maandag. Hij nam dat risico ook ''zeer bewust'', zei hij. Een minister van Financiën moet de onrust en de paniek tijdens een crisis zoveel mogelijk dempen, vindt hij nog steeds.

Nationalisatie

Tijdens de kredietcrisis wilde Bos nationalisatie van financiële instellingen als instrument in ''zijn gereedschapskist'' hebben als geen enkel ander middel meer zou werken.

In het geheim is een dergelijke wet voorbereid die begin 2009 als 'ultimum remedium' klaar lag. Aanleiding voor de wet was de dramatische koersdaling van het aandeel ING eind oktober 2008 na geruchten dat de bankverzekeraar een kapitaalinjectie nodig zou hebben.

Bos zei in principe tegen nationalisaties te zijn, maar ''er kan een moment komen dat geen enkel middel meer werkt en je dan maar eigenaar moet worden''.

Hij wees erop dat ook andere landen aan dit middel dachten om te voorkomen dat banken zouden kunnen omvallen. Bos: ''Je moet er natuurlijk niet aan denken dat je het nodig had, maar ik wilde het wel in mijn gereedschapskist hebben.'' Hij benadrukte dat het niet een wet alleen voor ING was, maar ook voor andere banken.

Aftreden

Bos was afgetreden als minister van Financiën als hij begin februari 2009 van de Tweede Kamer geen steun had gekregen voor zijn tweede reddingspakket voor bankverzekeraar ING.

''Ik had niet kunnen blijven functioneren als het niet was doorgegaan. Als ik een deal sluit met ING en de hele markt zich daar op richt en de Tweede Kamer oordeelt dan dat het een slechte deal was, dan ben ik elk gezag kwijt om te onderhandelen met financiële instellingen en vergroot ik de instabiliteit en onrust op de markt. Dan ben ik weg.'', zei Bos.

Zijn aftreden had volgens hem niet per se tot een kabinetscrisis hoeven leiden. ''Hoe dat was gegaan weet ik niet.''

Euro

Er is volgens Bos hoop voor de euro maar er moet dan wel snel en daadkrachtig gehandeld worden. Hij noemde komende vrijdag dan ook ''een belangrijke dag''. Dan is er een Europese top van regeringsleiders over de aanpak van de Europese schuldencrisis.

Hij hoopt dat er snel een ''120 procent-oplossing uitrolt'', in plaats van een ''100 procent-oplossing''. Hij vreest voor een ''repeterende breuk'' in Europa als er over een paar weken weer iets nieuws op tafel moet komen.

Schuldencrisis

Het Europese noodfonds waarmee de schuldencrisis moet worden bestreden, had volgens Bos groter moeten zijn. Bij voldoende omvang had Europa speculatie tegen Italië op financiële markten kunnen voorkomen.

''Als het steeds net te klein is, gaat de onzekerheid maar door'', stelde Bos, die in 2008 zelf Nederlandse garantiefondsen oprichtte om banken te helpen. ''Ik hoefde toen niet met 16 andere landen te overleggen'', relativeerde hij wel.

Lees alle twitterberichten over de parlementaire enquêtecommissie-De Wit op NUlive

Wouter Bos bij Commissie de Wit