DEN HAAG - De Nederlandse Staat had op 2 oktober 2009 geen andere keus dan Fortis/ABN voor 16,8 miljard euro te nationaliseren.

Anders waren de gevolgen voor Nederland, maar ook buiten ons land ''desastreus geweest''.

Dat zei Ronald Gerritse, toentertijd de hoogste ambtenaar van het ministerie van Financiën, maandag bij de parlementaire enquêtecommissie-De Wit.

Als de nationalisatie van Fortis/ABN niet was gelukt, ''was het hele zakie omgevallen. De gevolgen voor Nederland en ook breder waren desastreus geweest. Er was geen andere weg dan het eens worden over de prijs. Daar donderde een bank om die geen dag meer had kunnen bestaan. Wat ons betreft was er maar één oplossing: praten tot je er bij neer valt om dat te voorkomen’’, zei Gerritse.

Onderhandelingen

Voor vertrek naar de onderhandelingen in Brussel hadden toenmalig minister Wouter Bos (Financiën) en president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) een bedrag in gedachten tussen de 13 en de 20 miljard euro.

Het werd uiteindelijk 16,8 miljard. Daarmee werden volgens Gerritse Nederlandse banken veilig gesteld zonder een grote ravage in België achter te laten.

Redelijke prijs

Gerritse noemde het bedrag van 16,8 miljard een ''uitlegbare en redelijke prijs''. Op dat moment was niet duidelijk hoe veel de kosten nog zouden oplopen.

Inmiddels heeft de Staat rond de 30 miljard euro in ABN gestoken, maar volgens Gerritse is altijd geprobeerd dat niet ten laste van de belastingbetaler te laten komen.

In de periode na de nationalisatie bleek wel dat het eigendom van een bank ''geen rustig bezit is''.

x
Ronald Gerritse wordt maandag gehoord door commissie De Wit. Foto: ANP

Lees alle twitterberichten over de parlementaire enquêtecommissie-De Wit op NUlive.