DEN HAAG - Afgezien van een enkele profeet heeft niemand in de wereld de kredietcrisis eind 2008 voorzien.

Dat zei oud-president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) vrijdag bij de parlementaire enquêtecommissie.

Wellink zei wel dat hij in april van dat jaar al ''knalhard'' had gewaarschuwd dat de liquiditeitscrisis die in 2007 was begonnen nog niet voorbij was. ''Maar we hebben gewoon geen rekening gehouden met een systeemcrisis.''

Volgens Wellink moet je nu niet kijken naar waarom niemand in het voorjaar van 2008 iets heeft gedaan, maar naar de vraag waarom niemand aan zag komen hoe erg de crisis later dat jaar zou worden. Dan kom je volgens hem tot andere conclusies dan dat centrale banken hebben ''zitten suffen of niet alert genoeg’’ zijn geweest.

Allereersten

DNB was één van de allereersten in de wereld die onderzochten welke instrumenten nodig waren om de crisis te bestrijden, zei Wellink. DNB ging ook meteen aan de slag toen de kredietcrisis in alle hevigheid uitbrak na de val van Lehman Brothers, half september. ''Als je terugkijkt, sta ik versteld van wat De Nederlandsche Bank in die korte tijd heeft kunnen doen.’’

Staatssteun

Wellink refereerde ook aan de staatssteun die enkele Nederlandse financiële instellingen in 2008 kregen. ING kreeg 10 miljard euro, een bedrag waarmee Wellink zei ''goed te kunnen leven''.

''Je weet eigenlijk niet wat de beste oplossing is en eerlijk gezegd weet ik het nu nog niet.''

Hij voegde eraan toe dat DNB liever had gezien dat de zogeheten Alt-A-portefeuille met Amerikaanse rommelhypotheken uit de bank was gesneden.

Verplicht

Banken zouden misschien bij een grote kredietcrisis verplicht moeten worden om staatssteun of staatsgaranties te ontvangen. Op die manier ondervang je het probleem dat elke bank bang is om als eerste steun te vragen bij de overheid wegens mogelijke reputatieschade.

Het kabinet stelde tijdens de kredietcrisis 200 miljard euro aan garanties beschikbaar en 20 miljard voor directe staatssteun, maar alle Nederlandse banken waren huiverig hun vinger op te steken.

''Een volgende keer moet je misschien dwingend afspreken dat allen van een regeling gebruik maken’’, zei Wellink. In Frankrijk is dat bijvoorbeeld gebeurd.

Eisen

De eisen die voormalig minister Wouter Bos (Financiën) aan banken stelde bij de aflossing van staatssteun waren ''stevig'', aldus Wellink. Zelf had hij het niet zo gedaan, voegde hij toe.

Op 9 oktober opende Nederland een loket van 20 miljard euro waarbij banken konden aankloppen voor steun.

Uiteindelijk werd hiervan voor bijna 14 miljard euro gebruik gemaakt door ING (10 miljard), Aegon (3 miljard) en SNS Reaal (750 miljoen).

Rendementen

Nederland behaalde op de steun forse rendementen en kreeg premies over vervroegde aflossingen. ''Prudentieel onverantwoord'' vond Wellink de eisen van Bos niet, ofwel zo streng dat dit het voortbestaan van de instellingen in gevaar zou brengen.

''Maar de maatstaf die ik hanteer, is wat in het buitenland gebeurt. Daar zijn de exitregelingen veel goedkoper.''

Staatssteun

ING heeft juist gehandeld in de aanloop naar het moment dat de bank en verzekeraar staatssteun nodig had om overeind te blijven. ''Als je je verplaatst in het moment van handelen en beslissen, is het antwoord daarop: ja.''

ING kreeg in oktober 2008 een noodinjectie van 10 miljard euro van de Staat. Volgens Wellink waren de factoren waardoor ING in de problemen kwamen niet te voorzien, omdat deze samenhingen met de onverwachte val van de Amerikaanse bank Lehman Brothers half september van dat jaar.

Alles over de schuldencrisis in ons nieuwsdossier