DNB wilde meer informatie over Aegon

DEN HAAG - De Nederlandsche Bank (DNB) kreeg tot 2008 te weinig informatie om de positie van verzekeraar Aegon in de Verenigde Staten goed te kunnen inschatten.

Dat zei Joanne Kellerman, als directeur belast met het toezicht op verzekeraars, maandag voor de parlementaire enquêtecommissie die de kredietcrisis onderzoekt.

De informatievoorziening van de Amerikaanse toezichthouder en van Aegon zelf kon beter, zei ze. ''We kregen af en toe een foto, maar we wilden de hele film.''

DNB stelde in maart 2008 daarom zelf een onderzoek in naar de Amerikaanse beleggingen van de verzekeraar.

Risico's

Daaruit bleek dat de beleggingen van Aegon maar voor ''een zeer beperkt deel'' in Amerikaans onroerend goed zaten. Het grootste deel zat in obligaties uitgegeven door bedrijven, aldus Kellerman. Hoewel de risico's voor Aegon daarmee leken mee te vallen, kwam de verzekeraar toch in de problemen.

Kellerman: ''Het beeld kantelde toen de financiële markten geen onderscheid meer maakten tussen de instellingen.'' Dat zorgde eind september voor een grote koersval bij het bedrijf. Aegon deed uiteindelijk een beroep op financiële steun voor 3 miljard euro.

Staatssteun

Op 7 oktober 2008 kreeg Kellerman te horen dat Aegon om staatssteun had gevraagd. DNB moest toen hard aan het werk om de meest actuele cijfers van het bedrijf in beeld te krijgen, want die had de toezichthouder niet.

In de kern, zo stelde Kellerman, was Aegon volgens DNB een gezond bedrijf. Wel berekende de toezichthouder dat er eigenlijk 1 miljard euro meer aan staatssteun nodig was. Waarom het toch 3 miljard werd, kon Kellerman niet precies duidelijk maken.

Kellerman maakte tijdens het verhoor duidelijk dat DNB niet gelukkig was met een uitkering van dividend door Aegon, nog voor de financiële problemen ontstonden. ''Achteraf gezien had je dat liever in kas gehad'', aldus Kellerman.

Lees meer over:
Tip de redactie