Enquêtecommissie kritisch over optreden DNB

DEN HAAG - De parlementaire enquêtecommissie is kritisch over het optreden van De Nederlandsche Bank (DNB) in de aanloop naar het uitbreken van de kredietcrisis in september 2008.

Commissievoorzitter Jan de Wit zei in het verhoor met Aerdt Houben van DNB dat het de commissie verbaasd heeft dat DNB pas eind 2008 tot de conclusie kwam dat er andere instrumenten nodig waren ter bestrijding van de crisis.

Ook vroeg hij Houben of DNB niet slagvaardiger, sneller en effectiever had moeten optreden.

''Heeft u als Nederlandsche Bank voldoende de urgentie voor ogen gehad, toen de liquiditeitscrisis zich ontwikkelde?'', vroeg De Wit aan Houben, die met 'ja' antwoordde.

De Wit verwees naar een onderzoek dat DNB in april 2008 was begonnen, 5 maanden voor het uitbreken van de crisis. Dat onderzoek leverde in december conclusies op, terwijl de crisis toen al drie maanden woedde.

Rechten van de mens

Houben verwierp de aantijgingen van De Wit en stelde dat DNB prioriteiten moest leggen en wetgeving, ook in de Tweede Kamer, traag verloopt. Zo was een afgedwongen ingrijpen door de Nederlandse staat in banken mogelijk in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat moest onderzocht worden.

Na De Wit legde ook commissielid Fatma Koser Kaya Houben het vuur na aan de schenen. Ze wilde van hem weten waarom DNB bij het uitbreken van de crisis geen plan klaar had liggen voor een ''chirurgische ingreep'' in de vorm van kapitaalsteun aan de Nederlandse banken. Die steun kwam er later noodgedwongen wel.

Adviseren

Houben antwoordde dat DNB gaat over de liquiditeit van banken en de minister van Financiën over de solvabiliteit want er is belastinggeld mee gemoeid als een bank kapitaalsteun nodig heeft. DNB heeft daar slechts een adviserende rol.

Bovendien was het volgens Houben niet verstandig om kapitaalsteun klaar te leggen, ''want dan creëer je een moreel risico''. De staat suggereert dan wel te zullen helpen bij een faillissement. Normaal is dat niet de bedoeling; in 2008 was het nodig omdat er sprake was van een systeemcrisis

Probleem onderschat

DNB heeft het probleem onderschat dat bij het invoeren van een garantieregeling geen enkele bank als eerste wil aankloppen voor noodhulp bij de overheid, zei Houben.

De Staat riep in oktober 2008 een garantieregeling in het leven om banken te bewegen elkaar weer geld te lenen en zo de kredietverlening aan bedrijven op gang te houden. Maar banken waren bang dat spaarders hun geld zouden weghalen als ze dat zouden doen.

Leaseplan

Het was de autoleasemaatschappij Leaseplan, die beschikte over een bankvergunning, die als eerste gebruikmaakte van de regeling. Bovendien waren de Nederlandse banken ook na oktober terughoudend om elkaar geld te lenen.

Volgens Houben kan DNB als toezichthouder niet op de stoel van de financiële instellingen gaan zitten en ging DNB ervan uit dat dit wel goed zou komen. Hij wees erop dat de kredietverlening aan bedrijven en huishoudens positief bleef. Houben was ervan ''overtuigd'' dat de garantieregeling geholpen heeft de problemen op te lossen.

Lees meer over:
Tip de redactie