DEN HAAG - Ziekenhuizen krijgen het de komende jaren heel zwaar. Dat concludeert de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) in een rapport dat donderdag is gepresenteerd.

De ziekenhuizen krijgen niet alleen te maken met grote veranderingen op financieel terrein; ze moeten ook hun manier van werken zeer ingrijpend veranderen.

De risico's zullen zich ophopen, constateert de RVZ. Toch dwingen ontwikkelingen zoals de vergrijzing de ziekenhuizen vaart te zetten achter het veranderingsproces.

In 2020 zal de zorg, geleverd door medisch specialisten, er heel anders uitzien dan nu, stelt de adviesraad van de regering.

Specialiseren

Ziekenhuizen moeten zich verder specialiseren in de zorg waarin ze goed in zijn. Stel dat een ziekenhuis artsen in huis heeft die heel erg goed zijn in darmkankerbehandelingen. Het ziekenhuis moet die specialiteit dan uitbouwen. Andere disciplines, waar de kwaliteit minder goed is, moeten worden afgestoten naar ziekenhuizen die op dat terrein weer uitblinken.

Zo ontstaat er een netwerk van ziekenhuizen die erg goede kwaliteit leveren. Patiënten zullen dan verder moeten reizen voor operaties. Maar juist de nazorg moet weer zo dicht mogelijk bij het huis van de zieke plaatsvinden, via zorgnetwerken van verpleegkundigen die op hun beurt weer worden aangestuurd door gespecialiseerde artsen. Huisartsen en medisch specialisten werken nauw samen in die netwerken.

Ook de spoedzorg buiten kantoortijden moet grondig op de schop. Alleen grote ziekenhuizen en universitaire medische centra behouden een afdeling spoedeisende hulp, zegt de RVZ. Per regio kan er één afdeling voor spoedeisende hulp overblijven. Voor de minder urgente medische zorg buiten kantooruren zorgt de huisartsenpost. Huisartsen, specialisten, ambulanceverpleegkundigen, afdelingen spoedeisende hulp en intensive care en traumazorg werken nauw met elkaar samen om patiënten buiten kantooruren toch optimaal te kunnen helpen.