DEN HAAG - De Raad van State heeft kritiek op het wetsvoorstel van het kabinet over de verhoging van de AOW-leeftijd.

Volgens de Raad, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, gaat de AOW-leeftijd te langzaam omhoog en zijn er vragen over de verdeling van de lusten en lasten tussen jongeren en ouderen.

Bovendien staat de voorgestelde verhoging van de uitkering tot 2028 op gespannen voet met de overheidsfinanciën en is daarmee een schijnzekerheid. Om al die redenen is aanpassing van het voorstel wenselijk, vindt de Raad, die ook stelt dat er in het voorstel een aantal belangrijke verbeteringen zitten ten opzichte van eerdere teksten.

Het advies van de Raad werd woensdag openbaar met de indiening door minister Henk Kamp van Sociale Zaken van zijn wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.

Langzaam

Kamp is het niet eens met de kritiek dat de AOW-verhoging te langzaam zou gaan. ''Sinds invoering van de AOW hebben we 55 jaar achter de rug zonder stijging van de leeftijd.

Wat we nu doen, is het koppelen van de AOW aan een stijgende levensverwachting en dat brengen we concreet in beeld met een verhoging naar 66 jaar in 2020 en waarschijnlijk 67 in 2025. Er wordt nu echt een grote omslag gemaakt.''

De verdeling van de lusten en lasten tussen de verschillende generaties is ook voor Kamp ''een cruciaal punt'', zegt hij over de kritiek van de Raad van State.

Uitwerking

''Daarom besteden we daar bij de uitwerking van het akkoord de grootste aandacht aan.'' Kamp gaat het Centraal Planbureau erbij betrekken om de gevolgen zo evenwichtig mogelijk over de generaties te verdelen.

Dat zijn plannen onvoldoende zouden bijdragen aan het herstel van het huishoudboekje van de overheid, weerspreekt de VVD-minister. Uiteindelijk is het zo dat op de lange termijn de verhoging naar 67 jaar 4 miljard euro bijdraagt aan de verbetering van de overheidsfinanciën.