DEN HAAG - Drinkwaterbedrijven mogen vanaf 2012 jaarlijks maximaal 6 procent winst uitkeren aan investeerders, zoals gemeenten en provincies.

Dat heeft staatssecretaris Joop Atsma (Infrastructuur en Milieu) dinsdag geschreven aan de Tweede Kamer. De regeling geldt voor twee jaar.

Bij het berekenen van de tarieven dienen de drinkwaterbedrijven rekening te houden met de zogenoemde vermogenskostenvoet van 6 procent. De staatssecretaris volgt daarmee een advies van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Als waterbedrijven kostenbesparingen realiseren doordat ze de organisatie efficiënter hebben ingericht, moeten deze voortaan worden doorberekend in de drinkwatertarieven.

Zo profiteren consumenten van de lagere kosten, ondanks het feit dat waterbedrijven in regio's monopolisten zijn.

Kritiek

Eerder uitten zakelijke gebruikers van water en de Consumentenbond kritiek op waterbedrijven. Tarieven zouden te hoog zijn, terwijl de bedrijven in 2010 1,8 miljard euro aan eigen vermogen zouden hebben. Drinkwaterbedrijven zeggen echter dat tarieven zorgvuldig zijn opgebouwd.

De belangenbehartiger voor zakelijke energie- en waterverbruikers VEMW noemt het plafond van 6 procent nog steeds ''krankzinnig hoog''. Algemeen directeur Hans Grünfeld van de VEMW zegt ''buitengewoon teleurgesteld'' te zijn.

''Deze vermogenskostenvoet is nog steeds hoger dan de NMa de Gasunie toestaat, terwijl de waterbedrijven als monopolisten geen enkel bedrijfsrisico lopen.''

Hij noemt het besluit van de staatssecretaris dan ook slecht voor bedrijven en consumenten ''die te hoge tarieven betalen voor het drinkwater''.