AMSTERDAM – De Britse oliemaatschappij BP ziet nog steeds miljarden aan omzet verdampen door het productieverlies in de Golf van Mexico.

Het geduld van investeerders wordt danig op de proef gesteld door het onvermogen van het Britse olieconcern om het werk in de Golf van Mexico, een van zijn belangrijkste locaties, te hervatten.

Sinds de oliecatastrofe in april vorig jaar is de productie van BP in dat gebied nog lang niet op peil, schrijft de Britse krant Sunday Times dit weekeinde.

Het olieconcern zou problemen ondervinden met het indienen van nieuwe aanvragen bij Amerikaanse toezichthouders voor het verrichten van olieboringen in de Golf van Mexico.

De productie op BP's grote Atlantis platform is sinds de ramp gehalveerd tot zo’n 100.000 vaten per dag. Dat terwijl concurrenten als Shell en Chevron volgens de zondagskrant geen enkel probleem ondervinden met het verkrijgen van boorvergunningen.

Klachten

De Britse krant The Sunday Telegraph meldde dat BP een grote hoeveelheid nieuwe klachten over zich heen dreigt te krijgen naar aanleiding van de olieramp.

Volgens de krant heeft een Amerikaanse rechter duizenden gedupeerden het recht gegeven om schadeclaims te eisen tegen BP en de eigenaar van het olieplatform in de Golf, Transocean. Volgens de rechter biedt de maritieme wetgeving die mogelijkheid. De bewering van de bedrijven dat andere wetten de claims onmogelijk maken volgde de rechter niet.

Voorziening

In totaal hebben meer dan 100.000 burgers en bedrijven aangegeven schade te hebben geleden door het lek. BP heeft al een voorziening van 40 miljard dollar getroffen om de kosten van de ramp te betalen.

Het lek ontstond in april 2010 door een explosie op het platform Deepwater Horizon. Daarbij kwamen 11 werknemers om het leven.