VOORBURG - De CAO-lonen zijn in 2003 met 2,8 procent gestegen, zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag meegedeeld. Werknemers hebben daarmee aan koopkracht gewonnen, de inflatie kwam vorig jaar namelijk uit op 2,1 procent.

In 2001 en 2002 stegen de CAO-lonen nog met respectievelijk 4,4 en 3,6 procent. Het ligt volgens het CBS voor de hand dat de lonen minder stijgen als het economisch minder goed gaat. Dat was in het begin van de jaren negentig ook het geval.

Loonstijging

Het CBS noemt de loonstijging na aftrek van de inflatie "fors". Die kwam in 2003 uit op (afgerond) 0,6 procent. Gemiddeld gingen werknemers er sinds 1990 ongeveer 0,3 procent per jaar op vooruit. Alleen in 1994 en 1995 stegen de CAO-lonen duidelijk minder dan de inflatie.

De CAO-loonstijging was het grootst bij de overheid, waar de lonen 3,2 procent omhoog gingen. Bij het bedrijfsleven was dat 2,7 procent. Dat verschil komt omdat bij de overheid het aantal contractueel vastgelegde bijzondere beloningen, zoals eindejaarsuitkeringen, is toegenomen. Als deze buiten beschouwing worden gelaten, komt de loonstijging bij de overheid neer op 2,6 procent.

Arbeidsinspectie

De Arbeidsinspectie voorspelde al in oktober dat de loonstijging in 2003 zou neerkomen op 2,8 procent. In het Najaarsakkoord voor waren werkgevers, werknemers en het kabinet overeengekomen dat de stijging beperkt zou blijven tot 2,5 procent.

Voor dit jaar is afgesproken in CAO's geen loonsverhogingen op te nemen. Wel bestaat de mogelijkheid eenmalige bonussen te geven. In een aantal CAO's zijn al eerder afspraken gemaakt over loonsverhogingen. Daardoor zal de gemiddelde CAO-loonstijging in toch hoger uitkomen dan nul.