DEN HAAG - Het gaat weer beter met de boeren in ons land, maar het mestprobleem hangt als een donkere wolk boven hun toekomst. Dat staat een rapport dat het Landbouw Economisch Instituut (LEI) dinsdag presenteerde.

Nederland stevent af op een groot overschot aan mest in 2013. Het tij is alleen te keren door verlaging van het fosfaatgehalte in de mest en door vergroting van de afzet van mest buiten de Nederlandse landbouw.

Daartoe moeten snel nieuwe vormen van mestverwerking worden ontwikkeld. Anders lopen de kosten van het afvoeren van mest te hard op, en is een inkrimping van de varkensstapel onvermijdelijk, aldus het LEI.

Nadat 2009 voor veel agrariërs in ons land een rampjaar was, ging het vorig jaar een stuk beter. Hogere prijzen voor producten uit land- en tuinbouw leidden tot hogere inkomsten voor boeren.

Grotere rol

Het kabinet wil dat agrariërs en particulieren een grotere rol krijgen in het natuurbeheer, maar volgens het LEI daalt de oppervlakte met agrarisch natuurbeheer de laatste jaren. In 2009 was die 62.000 hectare en dat was 8 procent minder dan het areaal van 2007.

Boeren die aan natuurbeheer doen, staan niet te trappelen om er mee door te gaan. Vaak zeggen ze af te willen zien van een vervolg op een beheerperiode vanwege de bureaucratie, te lage vergoedingen en problemen bij het natuurbeheer zelf.

Broeikasgassen

Het gebruik van de gewasbeschermingsmiddelen daalt, maar de doelstellingen van het beleid worden nog niet gehaald. De emissie van broeikasgassen stijgt. Dat komt mede door het opwekken van stroom bij agrariërs.

Zo zijn de glastuinders inmiddels goed voor een hoeveelheid die gelijk staat aan zeker 10 procent van het verbruik in ons land.